In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat de verdachte schuldig is aan het weigeren van medewerking aan een bloedonderzoek, het rijden met een ingevorderd rijbewijs en gevaarzetting op de openbare weg.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet de bestuurder was, dat de invordering van het rijbewijs onrechtmatig was en dat er onvoldoende bewijs was voor gevaarlijk rijgedrag. Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat de verdachte daadwerkelijk de bestuurder was, dat de invordering rechtmatig was ondanks latere vrijspraak en dat het rijgedrag gevaar op de weg veroorzaakte.
De politierechter had gevangenisstraf en geldboetes opgelegd, maar het hof wijzigde dit in taakstraffen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het belang van het voortzetten van positieve ontwikkelingen zoals huisvesting en begeleiding. De taakstraffen bedragen 68 uur (vervangbaar door 34 dagen hechtenis) voor de eerste twee feiten en 20 uur (vervangbaar door 10 dagen hechtenis) voor de gevaarzetting.
Het hof wees ook een beroep op schending van de redelijke termijn af en bevestigde het vonnis voor het overige.