Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet op die [benadeelde 1] is afgestormd en/of met een mes in de richting van die [benadeelde 1] heeft gestoken en/of die [benadeelde 1] met een mes in diens been, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Amsterdam aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een steekverwonding in het bovenbeen en/of ader, heeft toegebracht door die [benadeelde 1] met een mes in diens been te steken;
hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf opzettelijk [benadeelde 2] van het leven te beroven, op die [benadeelde 2] is afgerend en/of met een mes in de richting van die [benadeelde 2] heeft gestoken en/of die [benadeelde 2] met dat mes in diens borst en/of bil en/of hand heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Amsterdam aan [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten steekverwondingen in hand en/of borstkas en/of een diepe wond en/of persisterende bloeding in de bil, heeft toegebracht door die [benadeelde 2] met een mes in diens hand en/of borst en/of bil te steken en/of te snijden;
hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een mes in zijn hand op die [benadeelde 3] is afgerend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 16 maart 2019 te Amsterdam [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een mes in zijn hand op die [benadeelde 3] af te rennen.
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
hij op 16 maart 2019 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
hij op 16 maart 2019 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf opzettelijk [benadeelde 2] van het leven te beroven, op die [benadeelde 2] is afgerend en met een mes in de richting van die [benadeelde 2] heeft gestoken en die [benadeelde 2] met dat mes in diens borst en bil en hand heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 16 maart 2019 te Amsterdam [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door met een mes in zijn hand op die [benadeelde 3] af te rennen.
Bewijsmiddelen
van de verbalisant[doorgenummerde pagina’s 11 – 12]:
aangever [benadeelde 1][doorgenummerde pagina’s 69 – 73]:
aangever
aangeefster
van de verbalisant[doorgenummerde pagina’s 82 – 85]:
van de verbalisanten, dan wel één van hen[doorgenummerde pagina’s 159 – 163]:
van de verbalisant[doorgenummerde pagina’s 33 – 34]:
getuige
van de verbalisant[doorgenummerde pagina’s 13 – 14]:
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van maatregel
- voornoemd Pro Justitia rapport van 23 mei 2019, opgemaakt door psychiater [naam 6] en arts in opleiding tot specialist [naam 7] ;
- voornoemd Pro Justitia rapport van 23 mei 2019 opgemaakt door GZ-psycholoog [naam 8] ;
- voornoemd Pro Justitia rapport van 26 juli 2019, opgemaakt door psychiater [naam 6] ;
- voornoemd Pro Justitia rapport van 26 juli 2019, opgemaakt door GZ-psycholoog [naam 8] ;
- de verklaringen van de deskundigen, psychiater [naam 6] en GZ-psycholoog [naam 8] , afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 12 september 2019;
- een reclasseringsadvies (tbs met voorwaarden) van Reclassering Nederland van 6 november 2019, opgemaakt door reclasseringswerker [benadeelde 4] ;
- de verklaring van de deskundige, reclasseringswerker [benadeelde 4] , afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 18 november 2019;
- een voortgangsverslag tbs van Inforsa van 1 juni 2020, opgemaakt door reclasseringswerker
- een brief inhoudende een bericht van beëindiging voorbereiding zorgmachtiging van de officier van justitie van 30 november 2020, mede inhoudende de bevindingen van de geneesheer-directeuren van [adres 1] ;
- een reclasseringsadvies (tbs met voorwaarden) van Reclassering Nederland van 13 april 2021, opgemaakt door reclasseringswerker [naam 10] ;
- een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 18 mei 2021;
- de verklaring van de deskundige, reclasseringswerker [naam 10] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 20 mei 2021.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
BESLISSING
ter beschikking wordt gesteld.
voorwaarden:
dadelijk uitvoerbaarzijn.
€ 4.714,07 (vierduizend zevenhonderd en veertien euro en zeven cent) bestaande uit € 714,07 (zevenhonderdveertien euro en zeven cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 50,00 (vijftig euro) aan materiële schadeaf.
€461,00 (vierhonderd en eenenzestig euro).
€ 6.793,99 (zes duizend zevenhonderd en drieënnegentig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 793,99 (zevenhonderd en drieënnegentig euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 50,00 (vijftig euro) aan materiële schadeaf.
- over € 370,00 aan kleding: op 16 maart 2019;
- over € 373,99 aan eigen risico en € 50,00 aan reiskosten: op 27 mei 2019;
- over € 6.000 aan immateriële schade: op 16 maart 2019.
€ 2.765,75 (tweeduizend zevenhonderd en vijfenzestig euro en vijfenzeventig cent) bestaande uit € 765,75 (zevenhonderd en vijfenzestig euro en vijfenzeventig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.