ECLI:NL:GHAMS:2021:1315
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf voor opzettelijk overtreden Opiumwet artikel 2A
De zaak betreft hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Haarlem, waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder A, van de Opiumwet. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en daarbij het artikel 359a-verweer van de verdediging afgewezen wegens onvoldoende gemotiveerd betoog over vormverzuimen.
De verdediging voerde aan dat er onrechtmatigheden waren in het vooronderzoek, waaronder afwijkingen in het zaaknummer in het NFI-rapport en inconsistenties in het SIN-nummer. Het hof oordeelde dat deze verschillen niet relevant zijn voor de bewijswaardering en achtte de bewijsmiddelen, waaronder het NFI-rapport en het proces-verbaal, bruikbaar. Bovendien heeft verdachte bekend cocaïne te vervoeren.
Ten aanzien van de strafmotivering sloot het hof zich aan bij de rechtbank en de advocaat-generaal en vond de opgelegde straf passend, mede gezien eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten. Het hof verwierp het verweer dat sprake zou zijn van misbruik van verdachte. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 mei 2021.
Uitkomst: De gevangenisstraf van 14 maanden wegens overtreding van artikel 2A Opiumwet wordt bevestigd.