ECLI:NL:GHAMS:2020:755
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bankgarantie als zekerheidstelling voor proceskosten in hoger beroep en voeging van zaken
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het geschil behandeld over de vraag of de door appellant gestelde bankgarantie voldoet als zekerheidstelling voor proceskosten. Het hof had bij een eerder tussenarrest appellant bevolen zekerheid te stellen ter hoogte van € 3.963,- middels een onherroepelijke bankgarantie van een eerste klas Nederlandse bank ten behoeve van geïntimeerde.
Appellant heeft tijdig een originele bankgarantie van ABN AMRO Bank N.V. overgelegd met een maximum van € 24.094,-. Geïntimeerde stelde dat deze bankgarantie niet aan de gebruikelijke eisen voldoet vanwege diverse inhoudelijke en procedurele bezwaren, waaronder de reikwijdte ten aanzien van cassatiekosten, de wijze van opeisbaarheid en de looptijd.
Het hof overwoog dat de bankgarantie voldoende zekerheid biedt voor de proceskosten in hoger beroep, waarbij het niet vereist is zekerheid te stellen voor cassatiekosten. De bankgarantie is onherroepelijk en voldoet aan de gebruikelijke voorwaarden, ook al kent zij een jaarlijkse verlenging en sluit zij rechtsopvolgers uit. De vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van appellant wordt daarom afgewezen.
Voorts beveelt het hof voeging van deze zaak met een andere aanhangige procedure en verwijst het de hoofdzaak naar de rol voor het indienen van een memorie van grieven. Beslissingen over proceskosten worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De bankgarantie voldoet als zekerheidstelling, de vordering tot niet-ontvankelijkverklaring wordt afgewezen en de zaak wordt gevoegd met een andere procedure.