ECLI:NL:GHAMS:2020:489

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2020
Publicatiedatum
18 februari 2020
Zaaknummer
200.272.026/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest inzake hoger beroep in civiele zaak over scheepswerven

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen eerdere vonnissen tussen partijen. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij tussenarrest van 11 februari 2020 besloten een mondelinge behandeling te gelasten. Het doel hiervan is het verkrijgen van aanvullende inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation en bewijsvoering.

Partijen worden verplicht in persoon of via een bevoegd vertegenwoordiger te verschijnen, samen met hun advocaten, voor een raadsheer-commissaris. Tevens is bepaald dat partijen binnen twee weken hun verhinderdagen moeten opgeven, waarna de datum van de mondelinge behandeling zal worden vastgesteld. Appellant moet binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier indienen bij het hof.

Daarnaast dienen partijen uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling alle overige stukken waarop zij zich willen beroepen, aan het hof en de wederpartij te overleggen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan, waarmee het proces wordt voorbereid op een mogelijke schikking of verdere behandeling.

Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.272.026/01
zaaknummer rechtbank : 7260468/CV EXPL 18-6812
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 februari 2020
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,Duitsland,
appellant,
advocaat: mr. C.R.T.M. van Ninhuijs te Steyl,
tegen
SCHEEPSWERVEN [X] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. G. Reisenstadt te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. F.J. Verbeek, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 25 februari 2020 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellant uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.