ECLI:NL:GHAMS:2020:4101
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
In deze strafzaak heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen een vrijspraak door de kinderrechter. De zaak betrof een ambtsdwang ten laste gelegde aan de verdachte. Het hof constateerde dat de officier van justitie de appelschriftuur niet binnen de vereiste termijn van veertien dagen na het instellen van het hoger beroep heeft ingediend, maar met circa vijf weken is vertraagd.
De raadsman van de verdachte en de advocaat-generaal hebben beiden betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden vanwege deze overschrijding. Het hof heeft de belangenafweging gemaakt en geoordeeld dat het belang van het openbaar ministerie in deze zaak niet zwaarder weegt dan de sanctie van niet-ontvankelijkheid.
Daarom heeft het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 december 2020.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van de appelschriftuur.