Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
In hoger beroep gevoerd verweer
Oplegging van straffen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag van €115.335. In hoger beroep voerde de raadsman aan dat er geen bewijs was dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf, maar dit verweer werd door het hof verworpen. Het hof volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat niet vereist is te bewijzen door wie, wanneer en waar het misdrijf is gepleegd, en stelde vast dat de verdachte onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het geld een legale herkomst had.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verbeurdverklaring van het geldbedrag. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legde een gevangenisstraf van acht maanden op, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.
Het hof benadrukte de ernst van het witwassen, dat het financieel en economisch bestel aantast en criminele activiteiten in stand houdt. De verdachte was niet eerder veroordeeld. Het geldbedrag viel binnen de hogere regionen van de strafmaat volgens de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het hof bevestigde verder de verbeurdverklaring van het geldbedrag en het vonnis voor het overige.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van €115.335.