ECLI:NL:GHAMS:2020:3328
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhaalsrecht bij samenloop van CAR-verzekeringen na vandalisme aan bekabeling
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er sprake was van samenloop tussen twee CAR-verzekeringen van een hoofdaannemer en een onderaannemer, en hoe het verhaalsrecht tussen verzekeraars zich verhoudt. De onderaannemer had de bekabeling aangelegd die door derden werd beschadigd door vandalisme. Zowel de hoofdaannemer als de onderaannemer hadden een CAR-verzekering afgesloten bij respectievelijk ASR en Canopius. ASR betaalde de schade-uitkering aan de hoofdaannemer, die het herstel door de onderaannemer liet uitvoeren.
De rechtbank had geoordeeld dat samenloop niet bestond omdat ASR niet rechtstreeks aan de onderaannemer had betaald. Het hof stelde echter vast dat de schade aan het werk nog niet was opgeleverd en dat de onderaannemer verantwoordelijk was voor het herstel. De schade-uitkering van ASR was uiteindelijk aan de onderaannemer ten goede gekomen, waardoor aan de voorwaarden voor samenloop was voldaan.
Het hof oordeelde dat ASR regres kan nemen op Canopius op grond van artikel 7:961 lid 3 BW Pro, waarbij de verdeling van de schade tussen verzekeraars plaatsvindt naar evenredigheid van de bedragen waarvoor zij afzonderlijk kunnen worden aangesproken (de methode Wansink). Canopius werd veroordeeld tot betaling van een deel van de schade, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en rente, en in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Canopius wordt veroordeeld tot betaling van een evenredig deel van de schade, expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en rente aan ASR.