Uitspraak
hij op of omstreeks 15 maart 2016 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, [slachtoffer 1] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met zijn mededader, althans alleen, die [slachtoffer 1] na kalm beraad en rustig overleg meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst, in elk geval het bovenlichaam, te steken en/of te snijden;
subsidiair, in geval het primair ten laste gelegde feit, te weten 'moord', niet tot een bewezenverklaring of strafoplegging leidt:
2 2. primairhij op of omstreeks 19 januari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer 2] met een hamer, in elk geval met een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen of eenmaal op/tegen het hoofd heeft geslagen;
hij op of omstreeks 19 januari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer hoofdwond(en) en/of een hersenkneuzing en/of een schedelfractuur, heeft toegebracht door die [slachtoffer 2] opzettelijk met een hamer, in elk geval met een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen of eenmaal op/tegen het hoofd te slaan;
hij op of omstreeks 19 januari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer 2] met een hamer, in elk geval met een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen of eenmaal op/tegen het hoofd heeft geslagen;
hij op of omstreeks 19 januari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer 2] met een hamer, in elk geval met een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen of eenmaal op/tegen zijn armen en/of zijn rug, in elk geval zijn lichaam, heeft geslagen;
hij op of omstreeks 19 januari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] met een hamer, in elk geval met een hard en/of zwaar voorwerp, meermalen of eenmaal op/tegen zijn armen en/of zijn rug, in elk geval zijn lichaam heeft geslagen, waardoor die [slachtoffer 2] pijn heeft ondervonden en/of letsel heeft bekomen;
Zaak Brandkranen:
hij op of omstreeks 9 februari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bliksemafleider en/of een aantal brandkranen en/of een aantal opzetstukken/afsluitdoppen, althans onderdelen van brandkranen, en/of een aantal haken en/of kettingen (van brandkranen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s),
hij op of omstreeks 10 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 68, in elk geval een aantal afsluitdoppen (van brandkranen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [aangever 5] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte met die [slachtoffer 3] heeft geworsteld en/of zich heeft losgerukt en/of met een schroevendraaier voor die [slachtoffer 3] is gaan staan;
hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 2015 tot en met 8 februari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid (koperen) regenpijpen en/of brandkranen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorend aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die/dat voorwerpen heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen voorwerpen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking, te weten:
hij in of omstreeks de periode van 16 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid sanitair, waaronder water- en /of douchekranen en/of glijstangcombinaties en/of douchekoppen en/of afsluitdoppen (van brandkranen) en/of brandkranen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot die/dat weg te nemen voorwerpen heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen voorwerpen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, te weten:
hij op of omstreeks 2 januari 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
zaak Moerpartieel nietig moet worden verklaard
of tot strafoplegging leidt, opgenomen in hetgeen
onder 1 subsidiairten laste is gelegd.
112te bellen en heeft de fiets van de haak gepakt en aan de kant gegooid. Op verzoek van
112heeft [zoon slachtoffer 1] het lichaam van [slachtoffer 1] op de rug gedraaid en is hij begonnen met reanimatie. [4]
- De getuigenverklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] zijn onbetrouwbaar en onbruikbaar voor het bewijs, bezien in het licht dat de verdachte stellig ontkent dat hij het slachtoffer heeft gedood en andere ontlastende omstandigheden, zoals de verklaringen van de getuigen rond de plaats delict en de daaraan te ontlenen alternatieve scenario’s, alsmede de uitkomsten van het DNA-onderzoek.
- Dat de broer van de verdachte op de dag van de dood van het slachtoffer een biljet van 500 euro op zijn bankrekening heeft gestort, dient niet voor het bewijs te worden gebezigd.
- Uit het DNA-onderzoek blijkt niet dat de verdachte het slachtoffer heeft doodgestoken.
compulsivekon liegen, maar daarbij heeft opgemerkt dat dit volgens haar altijd te maken had met drugsgebruik. [getuige 5] , voor wie [getuige 3] klussen deed, heeft eveneens verklaard dat [getuige 3] kon liegen toen hij weer drugs gebruikte. Dit doet geen afbreuk aan de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring van [getuige 3] . De advocaat-generaal heeft opgemerkt dat hij [getuige 3] tijdens de verhoren ter terechtzitting heeft leren kennen als een kwetsbare man met een kwetsbaar geheugen, die moeite had gebeurtenissen op een bepaalde dag of tijdstip te plaatsen. Daarom is de advocaat-generaal uitgegaan van de verklaringen die kort na 15 maart 2016 zijn afgelegd: de verklaring op 1 mei 2016 van [getuige 2] en de verklaringen van [getuige 3] op 10 mei en 7 juni 2016.
de-audituverklaringen met [verdachte] als enige bron.
- als besproken wordt of hij met [getuige 2] heeft gepraat over de uitgeloofde beloning;
- over de vraag of hij drugs heeft gebruikt op 15 maart 2016;
- over het uitlenen van zijn scooter aan [verdachte] .
: Ik kan me niet herinneren wanneer hij wel of niet werkte, maar meestal werkte hij wel. Ik herinner me goed dat [getuige 3] mij heeft gebeld op 15 maart 2016, omdat dit de verjaardag van mijn vader is. Hij komt om 5 uur thuis en dan belt hij mij.
nietthuis was op genoemde datum.
ervan uit gingdat [getuige 3] begin 2016 (bij [getuige 5] ) werkte, wat een weinig specifieke raming is; dat hij rond 17:00 uur haar altijd belde als hij thuis kwam van zijn werk en dat hij haar op 15 maart 2016 rond 17:00 uur heeft gebeld.
het voorwaardelijk verzoek Itot het opnieuw horen van [getuige 5] af, nu de noodzaak daartoe niet is gebleken.
de verkeerde broer [achternaam verdachte]al die tijd al vastzat. Uiteindelijk zijn aan haar foto’s getoond waarna zij erkende dat zij toch terecht van meet af aan had begrepen dat [verdachte] de buurman was waarover [getuige 3] had verklaard.
Niets klopt van deze zaak. Jij was erbij.[getuige 3] zou toen volgens haar geantwoord hebben
: Ja, ik was erbij en ik ben er nog voor betaald ook. Zij heeft daaraan in haar verklaring toegevoegd [20] dat zij niet wist of hij het meende, of gewoon zo boos was dat
hij hiermee uitflipte, waarmee haar stelling dat hij zijn eigen betrokkenheid bij de dood van de fietsenmaker tegenover haar heeft erkend meteen op losse schroeven kwam te staan.
de verkeerde broervastzat en dacht
dat die jongen de schuld voor beiden had genomen.
Voorwaardelijk verzoek III).
nietvan uit dat op grond hiervan geconcludeerd zou kunnen worden dat [getuige 3] bij het steekincident en de beroving betrokken is geweest.
heet van de naaldis te beschouwen, waarbij het hof aannemelijk acht dat hierin de herinneringen van [getuige 3] aan die dag het meest adequaat door hem zijn weergegeven.
[achternaam verdachte]luidt -samengevat- als volgt.
hof: op tv) herkend omdat hij er was geweest.
in een ander vakje dan het overige briefgeldzat. In Opsporing Verzocht is enkel aandacht besteed aan het feit dat een portemonnee met een biljet van 500 euro was weggenomen en dat de kassalade niet was leeggehaald. Dat het 500 euro biljet in een apart vakje werd bewaard, was niet bekend gemaakt bij Opsporing Verzocht, zodat de getuige [getuige 3] dit slechts van de dader kan hebben gehoord.
onder A2) reeds is toegelicht.
in gegaan. [32] Enige (nadere) aanwijzing voor betrokkenheid van de beschreven persoon bij het feit ontbreekt.
suggestiedat de in die verklaringen bedoelde personen mogelijk betrokken zouden kunnen zijn geweest bij de dood van het slachtoffer.
3 DNA-onderzoek
- Linkerhand nagelriem slachtoffer (AAIL3196NL#02): een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen waaronder slachtoffer [slachtoffer 1] en [verdachte] , en waarbij [zoon slachtoffer 1] en [broer verdachte] niet kunnen worden uitgesloten.
- Pet (AAIL3191NL#02): een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen met het DNA-hoofdprofiel van slachtoffer [slachtoffer 1] en DNA-nevenkenmerken van minimaal drie personen waaronder [verdachte] , en waarbij [zoon slachtoffer 1] , [weduwe slachtoffer 1] en [broer verdachte] niet kunnen worden uitgesloten.
- Broek slachtoffer (AAIY0362NL#01): een DNA-mengprofiel van minimaal vijf personen met het DNA-hoofdprofiel van slachtoffer [slachtoffer 1] en zwak aanwezige DNA-nevenkenmerken van minimaal vier personen waaronder [zoon slachtoffer 1] , [verdachte] en [weduwe slachtoffer 1] en waarbij [broer verdachte] niet kan worden uitgesloten.
- Jas slachtoffer (AAIY0360NL#38): een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen waaronder slachtoffer [slachtoffer 1] en [verdachte] , en waarbij [zoon slachtoffer 1] , [weduwe slachtoffer 1] en [broer verdachte] niet kunnen worden uitgesloten.
- Jas slachtoffer (AAIY0360NL#47): een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen waaronder slachtoffer [slachtoffer 1] en [verdachte] , en waarbij [zoon slachtoffer 1] en [weduwe slachtoffer 1] niet kunnen worden uitgesloten.
- de verdachte heeft bij zijn bezoek begin maart 2016 niet de hand van het slachtoffer geschud.
- het slachtoffer waste zijn handen dagelijks voor het bidden en na toiletbezoek met gewone zeep en indien nodig met speciale ontvettende zeep als hij zeer vieze handen had door zijn werk.
- er kan niet worden aangenomen dat het slachtoffer zijn handen aan zijn kleren droogde.
- er kan worden aangenomen dat de broek van het slachtoffer is gewassen na het contact tussen de verdachte en het slachtoffer.
- de verdachte heeft bij zijn bezoek begin maart 2016 wel de hand van het slachtoffer geschud.
- het slachtoffer waste zijn handen één tot twee keer per dag, uitsluitend met gewone zeep.
- er kan worden aangenomen dat het slachtoffer zijn handen aan zijn kleren droogde.
- er kan niet worden aangenomen dat de broek van het slachtoffer is gewassen na het contact tussen de verdachte en het slachtoffer.
- het slachtoffer is op de tussenliggende (werk)dagen na het bezoek van de verdachte begin maart 2016 werkzaam geweest in zijn winkel. Hierbij zijn verscheidene mensen waaronder zijn zoon en klanten in de winkel geweest.
- bij het werk in de winkel heeft het slachtoffer zijn werkjas gedragen. Deze werkjas is niet gewassen volgend op het laatste bezoek van de verdachte (het hof begrijpt: begin maart 2016) aan de winkel.
- het slachtoffer heeft in de periode na het eerdere bezoek (het hof begrijpt: begin maart 2016) van de verdachte geen fysiek contact gehad met de verdachte of met voorwerpen van de verdachte.
- de vloer waarop het slachtoffer is aangetroffen werd aan het einde van elke werkdag gestofzuigd.
- de portemonnee is door de belager van het slachtoffer weggepakt uit de rechterachterzak van de broek van het slachtoffer.
beideaannamen de bevindingen van het onderzoek naar biologische sporen en DNA veel waarschijnlijker zijn als de verdachte degene is die het slachtoffer heeft gestoken en zijn portemonnee heeft weggenomen dan wanneer dit door een onbekende persoon is gedaan en de verdachte niets met het delict te maken heeft.
3 Eindconclusie bewijsoverwegingen hof in de zaak Moer
ZAAK MATHAAK
1. Standpunt advocaat-generaal
2. Standpunt verdediging
112-transcript wordt gesproken over “ [naam 3] ” als mogelijke dader. [slachtoffer 2] heeft de naam van de verdachte pas genoemd nadat hij in mei 2016 door de politie is benaderd, die hem direct heeft verteld dat zijn zaak overeenkomsten vertoonde met de zaak van de fietsenmaker en die ook de naam van de verdachte heeft genoemd. [slachtoffer 2] heeft bovendien over een aantal zaken niet naar waarheid verklaard, heeft wisselend verklaard over het signalement van de dader en heeft geen antwoord willen geven op de vraag naar de aanleiding van de vechtpartij. De verdediging heeft verzocht de verklaringen van [slachtoffer 2] uit te sluiten van het bewijs, subsidiair hiermee behoedzaam om te gaan.
3. Oordeel van het hof
112-melding de naam ‘ [naam 3] ’ is vermeld, doet daaraan niet af.
1. Standpunt advocaat-generaal
2. Standpunt verdediging
3. Oordeel hof
aangeboden, doch enkel dat op deze data door de verdachte aangeboden messing is
gewogen.
feit 3aten laste gelegde diefstal van koperen regenpijpen op 9 oktober 2015 van woningen aan de [straatnaam 3] te Amsterdam heeft begaan. De verdachte past in het door de aangever [aangever 15] namens de Vereniging van Eigenaren [aangever 6] opgegeven signalement van de dader (slank postuur, getinte huidskleur, donker krullend half lang haar en tussen de 1.70 en 1.80 meter lang), het door de dader aan de aangever verstrekte telefoonnummer 06-16833504 betreft het nummer van de verdachte en de verdachte is blijkens zijn eigen verklaring bij de politie van 10 februari 2016 rond het tijdstip van het feit ter plaatse geweest. Daarbij was hij volgens eigen zeggen gekleed in een witte schildersbroek, hetgeen overeenkomt met dat aspect uit de verklaring van de getuige [getuige 18] . Dat het volgens de verdediging niet logisch zou zijn als een dader zijn eigen telefoonnummer zou verstrekken, leidt niet tot een ander oordeel.
feit 4aten laste gelegde diefstal van sanitair uit in aanbouw zijnde woningen op 17 november 2015 aan de [straatnaam 4] te Amsterdam acht het hof bewezen. Het hof baseert zich daarbij op de aangifte van [aangever 16] namens bouwbedrijf [aangever 8] en de gedetailleerde verklaring van de broer van de verdachte, [broer verdachte] , omtrent de betrokkenheid van de verdachte bij deze diefstal. Het enkele feit dat [broer verdachte] zelf aangifte wegens diefstal heeft gedaan tegen de verdachte en hij de verdachte blijkens deze aangifte ook op die diefstal heeft aangesproken en/of nadien die aangifte zou hebben ingetrokken, maakt zijn verklaring niet onbetrouwbaar, zodat het hof deze verklaring bij de bewijsbeslissing betrekt.
feit 4ften laste gelegde diefstal van brandkranen op 2 januari 2016 uit een appartementencomplex aan de [straatnaam 5] te Amsterdam bewezen. [aangever 17] heeft namens [aangever 10] aangifte gedaan van bedoelde diefstal. Het door de melder op 2 januari 2016 omstreeks 18:47 uur opgegeven signalement van de dader (licht getint, gekleed in een groene jas, spijkerbroek en beige muts, in het bezit van een zwarte koffer), welke dader op dat moment bezig was met het losdraaien van kranen in het gebouw, past bij de verdachte, die nog geen 20 minuten later, omstreeks 19:05 uur, in zijn woning aan het [adres 5] te Amsterdam gekleed in een groene jas, beige muts en spijkerbroek is aangetroffen. Dit gegeven, in combinatie met het feit dat op dat moment in de woning van de verdachte brandkranen en een zwarte leren tas met handvat met daarin een waterpomptang, breekijzer en twee grote steeksleutels zijn aangetroffen, brengt het hof tot een bewezenverklaring. De enkele stelling van de verdediging, dat de in de woning van de verdachte aangetroffen brandkranen afkomstig zouden (kunnen) zijn van een andere diefstal of van personen uit Polen en Bulgarije is op geen enkele wijze onderbouwd en behoeft dus geen bespreking.
feit 4gwordt de verdachte verweten dat hij op 21 januari 2016 brandkranen uit een pand aan de [straatnaam 6] te Amsterdam heeft gestolen. Het hof acht ook dit feit wettig en overtuigend bewezen. Volgens de aangever [aangever 18] is namens [aangever 13] die dag om 10:09 uur de melding ontvangen dat die ochtend in het noodtrappenhuis brandkranen zijn ontvreemd. Op camerabeelden van de toegangshal van het complex is een persoon zichtbaar, die door het raam van de toegangsdeur naar binnen kijkt. Deze persoon, die volgens de aangever later op de begane grond aan het rommelen was, is door verbalisant [verbalisant] herkend als de verdachte. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij zichzelf herkent op de camerabeelden als de persoon die door de toegangsdeur naar binnen kijkt. In zijn verklaring bij de politie heeft de verdachte ontkend in de bewuste flat te zijn geweest; wel heeft hij verklaard dat hij aan de overkant de vader van een voetbalvriendje van zijn zoon heeft gesproken. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard geen flauw idee te hebben wat hij die dag daar deed en ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij daar was omdat de vader van een voetbalvriendje van zijn zoon daar woonde. Nadere gegevens van die vader of dat voetbalvriendje heeft de verdachte niet verstrekt, zodat deze wisselende, niet concrete of verifieerbare verklaring als ongeloofwaardig terzijde wordt geschoven.
feit 4hten laste gelegde diefstal van zes brandkranen op 8 februari 2016 in een flatgebouw aan de [straatnaam 7] te Amsterdam bewezen. Blijkens de aangifte van [aangever 19] namens [aangever 14] zijn die dag tussen 08:30 uur en 10:30 uur zes messing brandkranen ontvreemd. Uit de door de aangever bekeken camerabeelden, waarvan zich
stillsin het dossier bevinden, volgt dat een persoon, die volgens de aangever niet in het flatgebouw woont, tussen 10:00 uur en 10:15 uur in het gebouw is geweest. Deze persoon is het flatgebouw binnengekomen met een tas die bewoog alsof er niets in zat en is vertrokken met een tas die bewoog alsof er wel iets in zat. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de persoon is die te zien is op de zich in het dossier bevindende
stillsvan de camerabeelden. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid ter plaatse op het moment van de diefstal. Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat het de verdachte is geweest die deze diefstal heeft gepleegd.
hij op 15 maart 2016 te Amsterdam [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door [slachtoffer 1] meermalen met een mes in de borst en het bovenlichaam te steken, welke doodslag werd vergezeld van enig strafbaar feit, te weten diefstal, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken;
primair
hij op 19 januari 2016 te Amsterdam ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk
subsidiair
hij op 19 januari 2016 te Amsterdam opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2] met een hamer meermalen tegen zijn armen en zijn rug heeft geslagen, waardoor [slachtoffer 2] pijn heeft ondervonden en letsel heeft bekomen.
hij op 9 februari 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bliksemafleider en onderdelen van brandkranen, toebehorend aan anderen dan aan hem en zijn mededader, te weten:
a. hij op 9 oktober 2015 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen koperen regenpijpen toebehorend aan [aangever 6] ;
Primair:
hij in de periode van 16 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sanitair, waaronder water- en douchekranen, glijstangcombinaties, een douchekop en brandkranen, toebehorende aan anderen dan aan hem, te weten:
zaak Moeronder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
zaak Mathaakonder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
zaak Mathaakonder 3 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
zaak Brandkranenonder 1 bewezenverklaarde levert op:
1.b en c: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
4.f, g en h: diefstal, meermalen gepleegd.
advocaat van [weduwe slachtoffer 1] , [dochter 1 van slachtoffer 1] en [dochter 2 van slachtoffer 1]heeft in dit verband zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd:
advocaat van [zoon slachtoffer 1]heeft ten aanzien van de shockschade zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd:
advocaat-generaalheeft gevorderd de vorderingen van [weduwe slachtoffer 1] , [dochter 1 van slachtoffer 1] en [dochter 2 van slachtoffer 1] op dit onderdeel niet-ontvankelijk te verklaren en de vordering van [zoon slachtoffer 1] toe te wijzen tot een bedrag van
verdedigingheeft primair verzocht dit onderdeel van de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft zij betoogd dat de vorderingen van [weduwe slachtoffer 1] , [dochter 1 van slachtoffer 1] en [dochter 2 van slachtoffer 1] op dit punt niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard omdat niet is voldaan aan het confrontatievereiste. Deze benadeelde partijen hebben het misdrijf of het ontzielde lichaam van het slachtoffer niet direct waargenomen en zij hebben alle informatie uit andere bron vernomen. Zij zijn aldus niet rechtstreeks op het moment dat het misdrijf plaatsvond of onmiddellijk erna geconfronteerd met het misdrijf of de ernstige gevolgen daarvan zoals bedoeld in het Taxibus-arrest, aldus de verdediging. Ten aanzien van [zoon slachtoffer 1] heeft de verdediging naar voren gebracht dat hij weliswaar direct met de gevolgen van het misdrijf geconfronteerd is en dat aannemelijk lijkt dat hij lijdt aan een in de psychiatrie erkend ziektebeeld, maar dat de precieze oorzaak van dat ziektebeeld niet duidelijk is, nu uit de verklaringen van de psychologen [psycholoog 1] en [psycholoog 2] niet expliciet blijkt dat het ziektebeeld uit de shock voortvloeit. De klachten kunnen ook verband houden met affectieschade, die hier niet toewijsbaar is. Ook om deze reden dient de vordering van [zoon slachtoffer 1] niet-ontvankelijk te worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vergoeding van shockschade van [zoon slachtoffer 1] moet worden vastgesteld op een bedrag tussen de € 5.000,00 en € 15.000,00.
€ 1.124,74
€ 1.124,74
in totaal€ 49.387,22
€ 768,22
€ 768,22
in totaal€ 793,22
€ 54,00
€ 3.640,00
in totaal€ 4.825,00
56,00
- de benadeelde partij heeft als gevolg van het handelen van de verdachte fysiek letsel opgelopen, bestaande uit een hersenkneuzing, een bloeding rond de hersenen en een schedelfractuur;
- de benadeelde partij ondervindt tot op de dag van vandaag door het incident psychische klachten en kampt nog steeds met terugvallen;
- de schadevergoeding die rechters in Nederland in vergelijkbare gevallen toekennen.
immateriëleschade wordt geheel toegewezen en bedraagt
of strafopleggingbetreft.
gevangenisstrafvoor de duur van
21 (eenentwintig) jaren en 6 (zes) maanden.
teruggaveaan [aangever 20] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 2016031105 2 6.00 STK Bouwmateriaal losse kranen 5122928.
teruggaveaan [aangever 12] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een kraan (5112915).
€ 29.825,00 (negenentwintigduizend achthonderdvijfentwintig euro) bestaande uit € 4.825,00 (vierduizend achthonderdvijfentwintig euro) materiële schade en € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.121,00(
vijfduizend honderdeenentwintig euro).
een bedrag te betalen van € 29.825,00 (negenentwintigduizend achthonderdvijfentwintig euro) bestaande uit € 4.825,00 (vierduizend achthonderdvijfentwintig euro) materiële schade en € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
120(honderdtwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de nabestaande niet op.
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
€ 49.387,22 (negenenveertigduizend driehonderdzevenentachtig euro en tweeëntwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 49.387,22 (negenenveertigduizend driehonderdzevenentachtig euro en tweeëntwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
183(honderddrieëntachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de nabestaande niet op.
€ 793,22 (zevenhonderddrieënnegentig euro en tweeëntwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
15(vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de nabestaande niet op.
€ 3.791,50 (drieduizend zevenhonderdeenennegentig euro en vijftig cent) bestaande uit € 971,50 (negenhonderdeenenzeventig euro en vijftig cent) materiële schade en € 2.820,00 (tweeduizend achthonderdtwintig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.791,50(
drieduizend zevenhonderd-eenennegentig euro en vijftig cent) bestaande uit
€ 971,50 (negenhonderdeenenzeventig euro en vijftig cent)materiële schade en
€ 2.820,00 (tweeduizend achthonderdtwintig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
47(zevenenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.