ECLI:NL:GHAMS:2020:2797
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding na voorlopige hechtenis zonder strafoplegging
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd wegens ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd. Het hof oordeelt dat de standaardvergoeding primair immateriële schade dekt en dat bijkomende materiële schade slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden toegekend, mits voldoende onderbouwd.
Verzoeker stelde onder meer inkomensschade, telefoonkosten, opleidingskosten en motorrijtuigenbelasting te hebben geleden. Het hof wijst deze verzoeken af vanwege onvoldoende bewijs en het ontbreken van aannemelijke causaliteit tussen detentie en schade. Wel wordt een vergoeding van €38.795 toegekend voor immateriële schade en €550 voor gemaakte kosten rechtsbijstand in de procedure.
De beslissing volgt na een openbare raadkamerzitting waarbij verzoeker niet aanwezig was. De beschikking wordt onverwijld betekend en het toegekende bedrag wordt overgemaakt aan de advocaat van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een immateriële schadevergoeding van €38.795 en €550 voor rechtsbijstand toegekend, overige schadeverzoeken worden afgewezen.