Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
2 (twee) weken.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep is het vonnis van de kinderrechter bevestigd dat verdachte vals geld in voorraad had met het oogmerk dit als echt uit te geven. Het hof verving de bewijsoverweging en concludeerde dat verdachte bewust was van de valsheid, mede gelet op eerdere veroordelingen en omstandigheden van de aanhouding.
De verdachte werd op 10 januari 2019 aangehouden in een woning te Amsterdam, waar hij drie valse briefjes van €50 bij zich had. Ondanks zijn ontkenningen achtte het hof zijn verklaringen ongeloofwaardig. De medeverdachte riep ‘Breng die doekoe’, wat straattaal is voor geld, en er was geen ander geld aangetroffen bij verdachte.
De kinderrechter legde een werkstraf op, maar het hof vernietigde deze straf en legde een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken met een proeftijd van twee jaar op. Het hof nam daarbij de ernst van het feit, de recidive en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming mee.
De straf is gebaseerd op artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z en 209 Sr. Het hof bevestigde het vonnis verder, behalve ten aanzien van de straf, en bepaalde dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken met een proeftijd van twee jaar.