ECLI:NL:GHAMS:2020:2021
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over procedurele voortgang en mediation in civiele zaak
In deze civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde heeft het gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 14 juli 2020. Appellant was in hoger beroep gekomen tegen een of meer eerdere vonnissen in de onderhavige zaak. Het hof heeft besloten een mondelinge behandeling te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling, en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation en bewijsvoering.
Partijen worden verplicht in persoon of via een vertegenwoordiger die bevoegd is tot het aangaan van een schikking te verschijnen, samen met hun advocaten, voor de raadsheer-commissaris mr. M.A. Wabeke. Tevens is bepaald dat partijen binnen twee weken hun verhinderdagen voor de komende vijf maanden moeten opgeven, waarna de datum van de mondelinge behandeling zal worden vastgesteld. Verder moet appellant binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier indienen en dienen partijen uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling alle overige relevante stukken aan het hof en de wederpartij te overleggen.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat deze procedurele stappen zijn afgerond. Dit arrest betreft dus een tussenbeslissing gericht op het bevorderen van een ordentelijke en efficiënte voortgang van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan voor procedurele voortgang en mediation.