ECLI:NL:GHAMS:2020:1782

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2020
Publicatiedatum
1 juli 2020
Zaaknummer
200.276.644/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest in hoger beroep over civiel geschil tussen Bladehammer Music en The Men-O

In deze zaak is appellante Bladehammer Music B.V. in hoger beroep gekomen tegen eerdere vonnissen in een civiel geschil met geïntimeerde The Men-O C.V. Het hof heeft besloten een mondelinge behandeling te gelasten om informatie te verkrijgen, een minnelijke regeling te beproeven en het verdere verloop van het hoger beroep te bespreken, waaronder mediation en bewijsvoering.

Partijen worden verplicht persoonlijk of via een bevoegd vertegenwoordiger met kennis van de zaak en volmacht tot schikking te verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. W.A.M. Melissen. Tevens zijn termijnen gesteld voor het opgeven van verhinderdagen, het indienen van het volledige procesdossier en het overleggen van overige stukken.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan en stelt dat behoudens overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling zal worden verleend. Dit tussenarrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam en op 16 juni 2020 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling en stelt procedurele termijnen vast, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.276.644/01
zaaknummer rechtbank : 7999331\CV EXPL 19-12755
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 juni 2020
inzake
BLADEHAMMER MUSIC B.V., H.O.D.N. INNERCORE MUSIC,
gevestigd te Haarlem,
appellante,
advocaat: mr. W.O. Groustra te Amsterdam,
tegen
THE MEN-O C.V.,
gevestigd te Santpoort-Noord,
geïntimeerde,
advocaat: mr. C.L. Kock te Heemstede.

1.Het geding in hoger beroep

Appellante heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. W.A.M. Melissen, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 30 juni 2020 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de mondelinge behandeling meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de mondelinge behandeling na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellante uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de mondelinge behandeling de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.