ECLI:NL:GHAMS:2020:1636
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige onderverhuur en winstafdracht woning
Appellant huurde sinds 1994 een woning van Stadgenoot en verhuurde deze zonder toestemming aan meerdere derden onder, wat in strijd is met de huurovereenkomst. Stadgenoot vorderde ontruiming, betaling van huurachterstand en winstafdracht uit de verboden onderhuur.
De kantonrechter stelde vast dat appellant een huurachterstand had en dat er sprake was van onrechtmatige onderverhuur aan tientallen personen, wat tot ontbinding van de huurovereenkomst kan leiden. Appellant voerde verweer tegen de huurachterstand, geluidsoverlast en stelde dat hij toestemming had voor medebewoning, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het hof oordeelde dat de huurachterstand bestond, de onderverhuur zonder toestemming was en dat de winstafdracht terecht was vastgesteld op basis van huurovereenkomsten en inschrijvingen. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis, veroordeelde appellant in de proceskosten en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant tot ontruiming, betaling van huurachterstand, winstafdracht en proceskosten.