ECLI:NL:GHAMS:2020:151
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis in hoger beroep inzake invoer cocaïne en gevangenisstraf
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 28 januari 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 september 2019. De verdachte werd beschuldigd van invoer van cocaïne. Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft het hof het verweer van de verdediging over de hoeveelheid aangetroffen cocaïne onderzocht en dit verworpen op basis van de aanwezige bewijsmiddelen.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van 38 maanden met aftrek van voorarrest en de verbeurdverklaring van 600 euro in beslaggenomen geld. Het hof heeft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit is gepleegd meegewogen, maar achtte deze niet voldoende voor een lagere straf dan die van de rechtbank.
Daarom bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank, inclusief de opgelegde straf en de verbeurdverklaring. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, op een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Bevestiging gevangenisstraf van 38 maanden en verbeurdverklaring van 600 euro voor invoer van cocaïne.