Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Vooraf
5.Beoordeling van het geschil
7.Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2016, stellende dat deze te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar had de waarde op €174.000 vastgesteld op basis van een taxatierapport en vergelijkingsmethode met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde buurt.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk was en vernietigde de bestreden uitspraak, maar verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank nam daarbij in aanmerking dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren en dat rekening was gehouden met verschillen in onderhoudsstaat.
In hoger beroep voerde belanghebbende diverse argumenten aan, waaronder verwijzingen naar marktanalyses en het EVRM, maar het Hof vond deze niet relevant of nieuw. Het Hof nam de gronden van de rechtbank over en bevestigde dat de WOZ-waarde correct was vastgesteld zonder rekening te houden met de verhuurde staat van de woning, conform artikel 17, tweede lid, Wet WOZ.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het Hof zag geen aanleiding om de eigenaar/verhuurder als partij toe te laten en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd.