Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Inhoudingsplichtige
5.Beoordeling van het geschil
hijeind 2003 de onderneming in de Kamer van Koophandel laten inschrijven als eenmanszaak op naam van zijn echtgenote, [belanghebbende] . Uitsluitend om naar buiten toe in strijd met de werkelijkheid de indruk te wekken dat het niet zijn schoonmaakbedrijf betrof.
zijnonderneming. Hij en zijn zoon hebben in de jaren tot 2011 het bedrijf gerund voor zijn rekening en risico, [naam echtgenoot] , waarbij de dagelijkse leiding was uitbesteed aan de zoon, vanwege en gedurende het dienstverband van [naam echtgenoot] . In 2009 heeft [naam echtgenoot] , na een kort ziekbed, de exploitatie van het schoonmaakbedrijf volledig in eigen hand genomen, waarna hij het in 2011 heeft ingebracht in zijn BV.”