Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: ter zake van het onder 3 bedoelde verblijf op [het hospitaalschip]].
verzekering] 1,00 5,50 5,50
3.Betaling (zie punt 15)
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, zwaar gehandicapt door een verkeersongeval, verbleef in 2015 twee weken op een hospitaalschip waar 24-uursbegeleiding noodzakelijk was. Zij bracht in haar belastingaangifte specifieke zorgkosten ter aftrek in verband met dit verblijf.
De inspecteur stelde dat de facturen alleen verblijfskosten en verzekeringen bevatten, zonder afzonderlijke kosten voor verpleging of verzorging. Belanghebbende voerde aan dat een deel van de reissom betrekking had op zorgkosten, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende de bewijslast draagt voor het aantonen van gemaakte kosten voor genees- en heelkundige hulp. Hoewel het verblijf op het schip zorg vereiste, was niet bewezen dat hiervoor kosten in rekening zijn gebracht. De facturen en voorwaarden ondersteunen dit niet.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De aanslag inkomstenbelasting is niet te hoog vastgesteld en belanghebbende krijgt geen aftrek voor de zorgkosten gerelateerd aan het hospitaalschip.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft gehandhaafd.