Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
2.Het verdere verloop van de procedure
20 februari 2019te worden gehoord. Beklaagde is, bijgestaan door mr. N.D. Dane, advocaat te Utrecht, in raadkamer verschenen.
Gerechtshof Amsterdam
Klager deed aangifte van zware mishandeling door twee politiemensen, die hem bij een achtervolging hadden aangehouden met inzet van een politiehond en schoppen. Het hof onderzocht de feiten, waaronder de vlucht van klager na een schietincident, het gebruik van geweld door de politie en het letsel van klager.
De politie handelde op basis van een redelijk vermoeden van schuld aan een schietincident en een heterdaadsituatie. De inzet van de niet-aangelijnde politiehond en het schoppen door de brigadier werden beoordeeld als proportioneel en noodzakelijk gezien de omstandigheden, waaronder het negeren van stoptekens en het vermoeden van vuurwapengevaar.
Het letsel van klager kon niet overtuigend worden toegeschreven aan disproportioneel geweld. Het hof concludeerde dat de kans op een veroordeling van de politieambtenaren door de strafrechter onwaarschijnlijk is en wees het beklag af. De beslissing is definitief en kan niet worden aangevochten.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst het beklag af omdat het politieoptreden proportioneel en rechtmatig was.