ECLI:NL:GHAMS:2019:660
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te laat ingediend beroepschrift in belastingzaak BPM
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd van € 2.072 en een vergrijpboete van € 1.036. Tegen de aanslag werd bezwaar gemaakt, dat door de inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Het hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam betrof de vraag of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Het beroepschrift was ingediend op 21 februari 2017, terwijl de beroepstermijn was geëindigd op 18 januari 2017. Belanghebbende voerde aan dat zij door ziekte en overlijden van haar zus en verblijf in het buitenland niet tijdig beroep kon instellen, maar het hof oordeelde dat dit geen verschoonbare reden was.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk was. Hierdoor kwam het hof niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar tegen de naheffingsaanslag en de boete. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer op 5 maart 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.