ECLI:NL:GHAMS:2019:512
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens vlucht- en recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot gevangenhouding. De verdachte, een Britse staatsburger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, verbleef in detentie te Alphen aan den Rijn. Tijdens de raadkamerbehandeling werd het schorsingsverzoek van de advocaat van de verdachte afgewezen.
Het hof onderschreef de gronden van de rechtbank voor de voorlopige hechtenis, met uitzondering van de onderzoeksgrond, die werd vervallen verklaard. Ernstige bezwaren bleven aanwezig voor de feiten waarvoor inbewaringstelling werd gevorderd, mede gebaseerd op herkenning door verbalisanten en een getuige. De verdachte was zelf niet aanwezig, waardoor zijn stelling dat hij niet de bestuurder was van de Mercedes onvoldoende kon worden getoetst.
Daarnaast achtte het hof het vluchtgevaar relevant, gezien het reizende gedrag van de verdachte, zijn Britse nationaliteit en het onzekere karakter van zijn traceerbaarheid na de naderende Brexit. Ook de recidivegrond bleef onverkort van toepassing. Gezien deze omstandigheden zag het hof geen reden om de voorlopige hechtenis te schorsen of te beperken.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.