ECLI:NL:GHAMS:2019:493
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden en herplaatsingsinspanningen
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een werknemer tegen de afwijzing van zijn verzoek om een billijke vergoeding en herstel van de arbeidsovereenkomst na ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. De werknemer was sinds 1983 in dienst bij de SVB en werd boventallig verklaard na een reorganisatie binnen de IT-directie.
De kantonrechter oordeelde dat de ontslaggrond terecht was, de oude en nieuwe functies niet uitwisselbaar waren en dat de werkgever voldoende herplaatsingsinspanningen had verricht. De werknemer voerde onder meer aan dat het UWV niet bevoegd was om opnieuw over zijn ontslag te beslissen, dat zijn oude en nieuwe functie wel degelijk uitwisselbaar waren en dat de herplaatsingsinspanningen onvoldoende waren.
Het hof verwierp deze grieven. Het oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is op de procedure bij het UWV, dat de reorganisatie berust op objectieve en zakelijke gronden, en dat de functies verschillen in niveau, inhoud en competenties. Ook waren de herplaatsingsinspanningen voldoende, ondanks dat de werknemer het aanbod voor een passende functie afwees.
De conclusie is dat het ontslag terecht is en dat er geen grond is voor een billijke vergoeding of herstel van de arbeidsovereenkomst. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en veroordeelt de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en wijst het verzoek tot billijke vergoeding en herstel arbeidsovereenkomst af.