Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2019:4717

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2019
Publicatiedatum
9 januari 2020
Zaaknummer
001084-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 90 SvArt. 591a SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding immateriële en materiële schade na preventieve detentie zonder veroordeling

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door preventieve detentie in een strafzaak die zonder veroordeling werd beëindigd. Het hof heeft het verzoekschrift inhoudelijk behandeld en de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker was zelf niet aanwezig.

Het verzoek omvatte vergoeding voor immateriële schade, inkomstenderving door vrij nemen op dagen van verzekering en terechtzittingen, reiskosten en kosten van rechtsbijstand. Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van immateriële schade en kosten van rechtsbijstand en reiskosten. De gevraagde vergoeding voor inkomstenderving werd afgewezen omdat verzoeker dit onvoldoende had onderbouwd met betrekking tot de dagen van verzekering en zittingen.

Het hof wees op jurisprudentie dat forfaitaire bedragen voor immateriële schade gelden, maar dat bij voldoende onderbouwing ook hogere bedragen en materiële schade kunnen worden toegekend. De salarisspecificaties van verzoeker boden echter geen bewijs dat hij op de betreffende dagen moest werken en vrij moest nemen.

De beschikking kende daarom een vergoeding toe van € 105,- voor immateriële schade en € 570,02 voor reiskosten en rechtsbijstand, en wees het overige af. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 december 2019.

Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding voor immateriële schade en kosten, maar niet voor inkomstenderving wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 001084-19 (89 Sv) en 001083-19 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002911-17
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. J. Veltheer,
[adres].

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 30 augustus 2019 ingekomen.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 4 december 2019 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 105,00;
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van inkomstenderving door die ondergane verzekering ten bedrage van € 80,72;
schade ten gevolge van tijdverzuim door de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep ten bedrage van € 161,44;
reiskosten gemaakt ten behoeve van het bijwonen van de behandeling van de strafzaak ten bedrage van € 20,02;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 28 mei 2019 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv Pro
Ad a.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toewijzing van het verzoek.
Ad b.
Verzoeker stelt dat hij op de dag dat hij in verzekering heeft gezeten vrij heeft moeten nemen zodat sprake is van inkomstenderving die voor vergoeding in aanmerking komt.
De forfaitaire bedragen ter vergoeding van schade door preventieve detentie na niet-veroordeling, zoals die in de oriëntatiepunten en aanbevelingen van het LOVS zijn opgenomen, worden geacht de immateriële schade te betreffen. Indien gesteld en deugdelijk onderbouwd kunnen hogere bedragen worden toegekend en kan ook materiële schade, zoals inkomstenderving, worden vergoed (Hof Den Haag, 18 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4159)
In casu heeft verzoeker een salarisspecificatie overgelegd. Hieruit kan het hof weliswaar opmaken dat verzoeker een inkomen genoot maar niet dat hij op de dag van zijn detentie (ook) moest werken en daarom vrij heeft moeten nemen. Het verzoek is naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd en wordt daarom afgewezen.
Ad c.
Verzoeker stel dat hij vrij heeft moeten nemen op de dag van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en eveneens op de dag van de zitting in hoger beroep, zodat sprake is van inkomstenderving die voor vergoeding in aanmerking komt.
Verzoeker heeft slechts salarisspecificaties overgelegd. Deze specificaties zien bovendien op andere tijdvakken dan die waarin de terechtzittingen in beide instanties hebben plaatsgevonden. Het verzoek is ook op dit punt onvoldoende onderbouwd en wordt daarom afgewezen.
Ad d. en e.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toewijzing van het verzoek.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 89 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 105,00 (honderdvijf euro).
Kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 570,02 (vijfhonderdzeventig euro en twee cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, P.F.E. Geerlings en M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 24 december 2019.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 675,02 (zeshonderdvijfenzeventig euro en twee cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Derdengelden Van Kouterik o.v.v. schadevergoeding [verzoeker].
Amsterdam, 24 december 2019.
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.