ECLI:NL:GHAMS:2019:4717
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële en materiële schade na preventieve detentie zonder veroordeling
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door preventieve detentie in een strafzaak die zonder veroordeling werd beëindigd. Het hof heeft het verzoekschrift inhoudelijk behandeld en de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker was zelf niet aanwezig.
Het verzoek omvatte vergoeding voor immateriële schade, inkomstenderving door vrij nemen op dagen van verzekering en terechtzittingen, reiskosten en kosten van rechtsbijstand. Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van immateriële schade en kosten van rechtsbijstand en reiskosten. De gevraagde vergoeding voor inkomstenderving werd afgewezen omdat verzoeker dit onvoldoende had onderbouwd met betrekking tot de dagen van verzekering en zittingen.
Het hof wees op jurisprudentie dat forfaitaire bedragen voor immateriële schade gelden, maar dat bij voldoende onderbouwing ook hogere bedragen en materiële schade kunnen worden toegekend. De salarisspecificaties van verzoeker boden echter geen bewijs dat hij op de betreffende dagen moest werken en vrij moest nemen.
De beschikking kende daarom een vergoeding toe van € 105,- voor immateriële schade en € 570,02 voor reiskosten en rechtsbijstand, en wees het overige af. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 december 2019.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding voor immateriële schade en kosten, maar niet voor inkomstenderving wegens onvoldoende onderbouwing.