ECLI:NL:GHAMS:2019:4562
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep ondanks betwisting onderhoud en wateroverlast
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende per 1 januari 2015 vast op €1.700.000. Belanghebbende maakte bezwaar en voerde aan dat de waarde te hoog was vanwege achterstallig onderhoud, slechtere ligging en wateroverlast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de waarde.
In hoger beroep voerde belanghebbende aan dat onvoldoende rekening was gehouden met verschillen in afwerking, onderhoud en waterhuishouding, en dat de woning minder gunstig gelegen was dan de referentieobjecten. Hij stelde ook dat de eigen verkoopprijs van €2.265.000 in 2018 als waardebepaling moest gelden. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde voldoende had onderbouwd met vergelijkingsobjecten en dat de aangevoerde verschillen onvoldoende waren gemotiveerd om de waarde aan te passen.
Het hof wees erop dat de verkoop in 2018 te ver na de waardepeildatum lag om als maatstaf te dienen. Ook werd erkend dat wateroverlast en onderhoudsproblemen onvoldoende waren aangetoond om de waardering te verlagen. De rechtbank en het hof concludeerden dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en bevestigden de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €1.700.000 wordt bevestigd.