ECLI:NL:GHAMS:2019:4350
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vermindering of kwijtschelding van ontnemingsmaatregel wegens onvoldoende draagkracht
Verzoeker heeft bij het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 577b, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, om de resterende betalingsverplichting uit hoofde van een ontnemingsmaatregel te verminderen of kwijt te schelden. Deze ontnemingsmaatregel was eerder opgelegd tot een bedrag van €169.034,78 en onherroepelijk geworden na een arrest van de Hoge Raad.
Het hof heeft het verzoek behandeld in raadkamer waarbij de advocaat-generaal en verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman, zijn gehoord. Verzoeker stelde dat hij momenteel in detentie verblijft en voorheen een bijstandsuitkering ontving, waardoor zijn draagkracht onvoldoende is om aan de betalingsverplichting te voldoen. Tevens werd gewezen op afwijzing van betalingsregelingen door het CJIB.
Het hof heeft het verzoek getoetst aan de criteria van artikel 577b Sv, waarbij onder meer gekeken wordt naar het gebruik van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de huidige en toekomstige vermogenspositie, inkomsten en verdiencapaciteit. Uit het vermogensonderzoek bleek dat verzoeker eigenaar is van een woning met een aanzienlijke WOZ-waarde, maar verzoeker heeft geen stukken overgelegd omtrent de mogelijke overwaarde of financiële afwikkeling na scheiding.
Verder heeft verzoeker onvoldoende toegelicht wat er met het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebeurd, en zijn stelling dat dit voordeel nooit is genoten werd verworpen omdat dit reeds was vastgesteld in eerdere procedures. Gezien de onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van bewijs dat verzoeker nu of in de toekomst niet aan de betalingsverplichting kan voldoen, heeft het hof het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering of kwijtschelding van de betalingsverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de draagkracht.