ECLI:NL:GHAMS:2019:4255
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 september 2018. De verdachte had hoger beroep ingesteld, maar heeft geen schriftelijke grieven ingediend en ook geen mondelinge bezwaren geuit tijdens de zitting van 24 oktober 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. Er is geen rechtens te respecteren belang gebleken dat een onderzoek in hoger beroep rechtvaardigt.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.