Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagden](hierna: beklaagden) ter zake van oplichting.
Gerechtshof Amsterdam
Klager deed aangifte van oplichting nadat hij op 6 september 2018 via WhatsApp-berichten, zogenaamd van zijn dochter, werd verzocht drie betalingen te doen. Hij stortte de gevraagde bedragen op de bankrekening van beklaagde 1. De volgende dag bleek dat zijn dochter deze verzoeken niet had gedaan.
Beklaagde 1 verklaarde haar bankpas en pincode aan beklaagde 2 te hebben gegeven, die vervolgens geld opnam van haar rekening. Beklaagde 2 maakte gebruik van zijn zwijgrecht tijdens politieverhoor. Camerabeelden van geldopnames tonen twee jongens, maar identificatie van beklaagde 2 is niet met zekerheid mogelijk.
Het hof beoordeelt of een strafrechter tot een veroordeling kan komen en of er voldoende belang is bij vervolging. Hoewel de feiten een geraffineerde vorm van bedrog suggereren, is het bewijs nog onvoldoende voor een bewezenverklaring. Het hof beveelt daarom nader onderzoek en vervolging.
De beslissing is genomen na behandeling in raadkamer, waarbij klager en beklaagden werden gehoord. Beklaagden verschenen niet, klager handhaafde zijn beklag. De advocaat-generaal adviseerde vervolging. Het hof concludeert dat het aanvullend onderzoek en de strafrechter de juiste weg zijn voor verdere beoordeling.
Uitkomst: Het gerechtshof beveelt vervolging van beklaagden wegens oplichting en wijst het beklag toe.