De oud-notaris was eervol ontslagen per 1 januari 2011 en sindsdien werd zijn notarispraktijk waargenomen door een opvolgende notaris, die een honorarium ontving. De oud-notaris stelde dat hij niet was gehoord bij de honorariumvaststelling en dat de kosten van waarneming niet langer op hem verhaald konden worden, omdat de praktijk al ruim zeven jaar voor zijn rekening werd voortgezet.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep tegen eerdere voorzittersbeslissingen niet ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding. De wettelijke regeling bepaalt dat de praktijk na eervol ontslag voor rekening en risico van de oud-notaris wordt voortgezet, maar dat deze termijn in beginsel maximaal één jaar mag duren.
Hoewel de praktijk in dit geval veel langer werd voortgezet, had de oud-notaris geen stappen ondernomen om het protocol over te dragen, zoals van hem redelijkerwijs verwacht mocht worden. Het hof wees het beroep daarom af en benadrukte dat de KNB de minister moet verzoeken een nieuwe notaris aan te wijzen. Tevens stelde het hof dat de oud-notaris vooraf gehoord had moeten worden bij de honorariumvaststelling.