Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Op 4 oktober jl. heeft u cliënt onder een aantal onterechte en zeer pijnlijke verwensingen en plein public mondeling ontslag op staande voet aangezegd.
Gerechtshof Amsterdam
Werknemer trad in 1997 in dienst bij Bharco Foods en werd op 4 oktober 2018 ontslagen op staande voet wegens het niet melden van contante betalingen door klanten aan medewerkers. Werknemer betwistte de datum van ontslag en stelde dat de mededeling pas later schriftelijk werd ontvangen. Hij diende verzoeken in tot vernietiging van het ontslag, betaling van loon, transitievergoeding en billijke vergoeding.
De kantonrechter verklaarde deze verzoeken niet-ontvankelijk vanwege het verstrijken van de wettelijke vervaltermijnen. Werknemer ging in hoger beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat het ontslag niet tijdig was medegedeeld en dat bewijslevering nodig was.
Het hof oordeelde dat het ontslag op 4 oktober 2018 is medegedeeld en dat de vervaltermijnen vanaf 5 oktober 2018 zijn gaan lopen. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, en de verzoeken waren te laat ingediend. Het hof bekrachtigde de beschikking en veroordeelde werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de vervaltermijnen en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.