In deze civiele tuchtzaak zijn klachten van een klager tegen een gerechtsdeurwaarder behandeld over het uitbrengen van een oproep om te verschijnen voor e-Court via exploot, het raadplegen van de basisregistratie personen (BRP) en het digitaal beslagregister (DBR), en de in rekening gebrachte kosten. De klager stelde dat de deurwaarder onrechtmatig handelde door de oproep als ambtshandeling bij exploot uit te brengen, onrechtmatig registers te raadplegen, onjuiste kosten met verwijzing naar het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (Btag) in rekening te brengen, onnodige kosten te maken en onterecht het salaris van de gemachtigde bij de schuldenaar te verhalen.
Het hof bevestigde dat het uitbrengen van een exploot door een gerechtsdeurwaarder een ambtshandeling is en dat de deurwaarder als openbaar ambtenaar bevoegd is de BRP en het DBR te raadplegen, ook voor exploten die geen verband houden met een procedure voor de overheidsrechter zoals bij e-Court. De verwijzing naar het Btag voor het in rekening brengen van explootkosten was echter misleidend en onrechtmatig, evenals het rechtstreeks verhalen van het salaris van de gemachtigde bij de schuldenaar. De kosten waren niet onnodig gemaakt omdat de opdrachtgever een redelijk belang had bij oproeping bij exploot.
De klachten over het onrechtmatig in rekening brengen van kosten en het salaris van de gemachtigde werden gegrond verklaard, hetgeen leidde tot een berisping van de gerechtsdeurwaarder en een veroordeling tot vergoeding van griffierecht, kosten rechtsbijstand en kosten van behandeling van de klacht. Andere klachten werden ongegrond verklaard. De eerdere beslissing van de kamer werd vernietigd en het hof gaf een nieuwe beslissing.