Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
HCR exploiteerde een partycentrum en restaurant en had een brandverzekering bij Generali en Delta Lloyd met bijzondere clausules over een alarminstallatie en brandmeldinstallatie. Na een brand in juli 2013 werd de schadevergoeding geweigerd vanwege vermeende schending van deze clausules en mogelijke brandstichting.
HCR stelde in hoger beroep dat zij bevoegd was de vordering te innen, mede op grond van een verklaring van de pandhouder en opvolgende executeurs, wat het hof bevestigde. Vervolgens ging het hof inhoudelijk in op de alarmclausules: HCR had erkend dat de alarminstallatie deels niet was ingeschakeld en dat de brandmeldinstallatie niet voldeed aan de norm NEN 2535.
Het hof concludeerde dat er daardoor geen dekking is, tenzij HCR bewijst dat de schade niet mede daardoor is veroorzaakt of vergroot. Het hof analyseerde het verloop van de brand, de meldingen aan de brandweer en de aanwezige bluswatercapaciteit, en gaf HCR de gelegenheid te bewijzen dat de schade ook bij naleving van de clausules zou zijn ontstaan.
Ook werd onderzocht of het ontbreken van slow-whoop sirenes een verschil had gemaakt voor de aanwezigen op het terras nabij het pand. Het hof stelde bewijsopdrachten vast en hield verdere beslissing aan, waarbij het oordeel over brandstichting werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt de verdere beslissing aan en draagt HCR op te bewijzen dat de schade niet mede door het niet voldoen aan de alarmclausules is veroorzaakt of vergroot.