ECLI:NL:GHAMS:2014:2208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- M.M.M. Tillema
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering schadevergoeding brandverzekering na brand in horecapand
De zaak betreft een hoger beroep van HOTEL-CAFÉ-RESTAURANT [X] B.V. tegen verzekeraars GENERALI Schadeverzekering N.V. en DELTA LLOYD Schadeverzekering N.V. na weigering van uitkering op grond van een brandverzekeringsovereenkomst.
Op 15 juli 2013 brandde het horecapand van [X] volledig uit. De brand ontstond in het restaurantgedeelte. De alarminstallatie was op dat moment niet ingeschakeld en de brandmeldinstallatie voldeed niet aan de polisvoorwaarden, waaronder de norm NEN 2535. Verzekeraars weigerden uitkering omdat zij voorshands aannamen dat de brandstichting mede door de directeur van [X] was veroorzaakt en vanwege het niet functioneren van de alarminstallatie.
De voorzieningenrechter wees een vordering tot voorschot af, omdat onvoldoende aannemelijk was dat de schade niet mede door het ontbreken van een werkende alarminstallatie was vergroot. Het hof bevestigt deze afwijzing. Het hof overweegt dat bij een werkende installatie een eerder alarm zou zijn gegeven, wat mogelijk de brandweer eerder ter plaatse had gebracht en de schade had kunnen beperken. Het bewijs dat de schade daardoor niet was vergroot, rust op [X] in een bodemprocedure. Gezien het aanzienlijke restitutierisico acht het hof toewijzing van een voorschot thans niet gerechtvaardigd.
Het arrest bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt [X] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vordering tot voorschot op schadevergoeding afwijst wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de schade niet mede door het ontbreken van een werkende alarminstallatie is vergroot.