ECLI:NL:GHAMS:2019:3020

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 juli 2019
Publicatiedatum
15 augustus 2019
Zaaknummer
200.252.182/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 2:350 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering van kennelijke schrijffouten in beschikking Ondernemingskamer over enquêterecht

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 12 juli 2019 een beschikking gegeven waarin zij twee kennelijke schrijffouten in haar eerdere beschikking van 27 mei 2019 herstelt. Het betreft een procedure tussen Intergamma B.V. en diverse belanghebbenden, waaronder BG, over een enquêterechtprocedure en de uitleg van een franchiseovereenkomst.

De Ondernemingskamer constateerde dat in rechtsoverweging 3.19 van de eerdere beschikking de namen van partijen onjuist waren vermeld, waardoor de afwijzing van het verzoek ten onrechte aan Intergamma werd toegeschreven in plaats van aan BG. Na overleg met partijen werd vastgesteld dat deze fouten eenvoudig konden worden hersteld op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De herstelde tekst verduidelijkt dat het verzoek van BG niet op redelijke gronden werd gedaan, maar dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht, ondanks dat BG bekend was met feiten die haar standpunt moeilijk houdbaar maakten. De Ondernemingskamer erkende tevens de extra belasting die BG veroorzaakte door de enquêteprocedure naast arbitrageprocedures te starten, wat gevolgen had voor Intergamma in een reorganisatiefase.

De beschikking werd uitgesproken door vijf raadsheren en een griffier in het openbaar op 12 juli 2019.

Uitkomst: De Ondernemingskamer corrigeert kennelijke schrijffouten in haar beschikking en bevestigt dat het verzoek van BG niet op redelijke gronden was gedaan zonder misbruik van procesrecht.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.252.182/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 12 juli 2019
inzake
[Verzoeksters sub 1 tot en met 8]
VERZOEKSTERS
advocaten: en, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. A.R.J. Croiset van Uchelenmr. T.M. Sweerts
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTERGAMMA B.V.,
gevestigd te Leusden,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. J.L. van der Schrieck,
mr. M.E. Gaafen
mr. H.J.R. Stoter, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
de leden van de raad van commissarissen van Intergamma B.V.
1.
[A],
wonende te [....] ,
2.
[B],
wonende te [....] ,
3.
[C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. A.F.J.A. Leijtenen
mr. E.C.H.J. Lokin, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[belanghebbenden sub 4 tot en met 12]
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: en , beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. E.M. Soerjatinmr. J.L.M. Wonders
e n t e g e n
[belanghebbenden sub 13 tot en met 50]
BELANGHEBBENDEN
advocaat: , kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. S. Perrrick
e n t e g e n
[belanghebbenden sub 51 en 52]
BELANGHEBBENDEN
advocaat: ,
mr. F.G.K. Overkleeft
e n t e g e n

53 DE ONDERNEMINGSRAAD HOOFDKANTOOR INTERGAMMA B.V.,

54.
DE ONDERNEMINGSRAAD INTERGAMMA BOUWMARKTEN B.V.
beide gevestigd te Leusden,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. M. Holtzer.
e n t e g e n
55. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERGAMMA HOLDING B.V.,

56. de coöperatie

INTERGAMMA COOPERATIEF U.A.,

57. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTERGAMMA CONTINUITEIT HOLDING B.V.
allen gevestigd te Leusden,
BELANGHEBBENDEN,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zullen verzoekster sub 1 tot en met 8 gezamenlijk als BG en verweerster als Intergamma worden aangeduid.
1.2
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 27 mei 2019.
1.3
Naar aanleiding van een e-mail van mr. Van der Schrieck (27 mei 2019) en een e-mail van mr. Holtzer (29 mei 2019) heeft de Ondernemingskamer geconstateerd dat rechtsoverweging 3.19 van de beschikking twee verschrijvingen bevat.
1.4
De Ondernemingskamer heeft, alvorens tot herstel van de verschrijvingen over te gaan, partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.
1.5
Mr. Croiset van Uchelen, mr. Leijten, mr. Holtzer, mr. Overkleeft, mr. Perrick, mr. Soerjatin en mr. Van der Schrieck hebben bij afzonderlijke e-mails de Ondernemingskamer bericht dat sprake lijkt te zijn van kennelijke schrijffouten die zich voor eenvoudig herstel lenen.

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer constateert dat waar in rechtsoverweging 3.19 van de beschikking van 27 mei 2019 staat “De afwijzing van het verzoek van Intergamma berust…" dit had moeten zijn “De afwijzing van het verzoek van BG berust…” en dat waar staat "Hoewel – zoals hierna nog aan de orde zal komen – Intergamma bekend moet zijn geweest met (…)" dit had moeten zijn "Hoewel – zoals hierna nog aan de orde zal komen – BG bekend moet zijn geweest met (…)"
Deze kennelijke schrijffouten lenen zich voor eenvoudig herstel op de voet van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verbetert haar in de onderhavige zaak op 27 mei 2019 uitgesproken beschikking aldus dat rechtsoverweging 3.19 komt te luiden:
“Met betrekking tot het verzoek van Intergamma om te bepalen dat het verzoek van BG niet op redelijke gronden is gedaan, overweegt de Ondernemingskamer als volgt. Zoals de Ondernemingskamer eerder heeft beslist (OK 23 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:583) sluit zij voor de toepassing van artikel 2:350 lid 2 BW Pro aan bij de maatstaf die geldt voor de vraag of er sprake is van misbruik van procesrecht (vgl. HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360). De afwijzing van het verzoek van BG berust in hoge mate op het hierboven gegeven voorshands oordeel over uitleg van de franchiseovereenkomst tegen de achtergrond van het dividend- en bonusbeleid (zie 3.11). Hoewel – zoals hierna nog aan de orde zal komen – BG bekend moet zijn geweest met feiten en omstandigheden die haar standpunt moeilijk houdbaar maakten, is daarmee niet voldaan aan de met terughoudendheid toe te passen maatstaf van misbruik van procesrecht. Dat neemt niet weg dat de Ondernemingskamer onderkent dat BG door naast de aanhangig gemaakte arbitrageprocedures ook de onderhavige enquêteprocedure in gang te zetten een aanzienlijke extra belasting in tijd en kosten heeft veroorzaakt voor Intergamma, die in een fase verkeert waarin zij de gevolgen van een ingrijpende reorganisatie in goede banen moet leiden.”
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. D.E.M. Aleman MBA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door 12 juli 2019.