ECLI:NL:GHAMS:2019:2767
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens poging tot doodslag en mishandeling
Het gerechtshof Amsterdam heeft in raadkamer het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 1 juli 2019, waarin het bevel tot gevangenhouding van verdachte werd bevestigd. De zaak betreft een verdenking van poging tot doodslag of zware mishandeling door meerdere slagen op het hoofd van het slachtoffer met een voorwerp.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en gehoord zowel de advocaat-generaal als de verdachte met zijn raadsman. Verschillende getuigen verklaren dat het slachtoffer met een zwaar voorwerp, mogelijk een hamer, op het hoofd is geslagen. Dit kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. De rechtbank achtte ernstige bezwaren aanwezig voor poging tot doodslag; het hof sluit zich hierbij aan.
Het hof overweegt dat het feit zich op straat heeft afgespeeld en waarneembaar was voor derden, waardoor de rechtsorde geschokt is en vrijlating van verdachte tot maatschappelijke onrust kan leiden. Ook is er sprake van recidivegevaar gezien het onderliggende conflict tussen verdachte en aangever. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege het ontbreken van uitzonderlijke persoonlijke belangen en het onvoorspelbare gedrag van verdachte.
De beschikking van het hof bevestigt daarmee de gevangenhouding van verdachte en wijst het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis af en bevestigt de gevangenhouding van verdachte.