Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, geboren in 1939, diende geen aangiften inkomstenbelasting in over de jaren 2004 tot en met 2014 en ontving ook geen uitnodiging daartoe. De Belastingdienst ontving via Zwitserse autoriteiten informatie over een buitenlandse bankrekening van belanghebbende bij [A BANK] in Zwitserland. Ondanks herhaalde verzoeken gaf belanghebbende geen inhoudelijke reactie of gegevens.
De inspecteur stelde een informatiebeschikking vast en verleende meerdere malen uitstel voor het motiveren van het bezwaar, maar belanghebbende bleef in gebreke. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep verzocht belanghebbendes gemachtigde om aanhouding wegens vermeende dementie van belanghebbende, maar het Hof wees dit af vanwege het ontbreken van voldoende aanleiding en het belang van voortvarende belastingheffing. Het Hof bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de informatiebeschikking blijft niet-ontvankelijk.