ECLI:NL:GHAMS:2019:2538

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2019
Publicatiedatum
19 juli 2019
Zaaknummer
13/143310-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens ernstige straatroof

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot gevangenhouding van verdachte wegens een ernstige straatroof op de openbare weg. De verdachte verbleef in voorlopige hechtenis in Huis van Bewaring Grave. Tijdens de raadkamerzitting werd namens de verdachte een mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis ingediend.

Het hof bevestigde de gronden van de rechtbank en voegde de 12-jaarsgrond toe, aangezien het feit een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer kan opleveren. Vanwege de ernst en de openbare aard van de straatroof oordeelde het hof dat de vrijlating van de verdachte zou leiden tot publiek onbehagen en maatschappelijke onrust, waardoor de rechtsorde geschokt is.

Het hof overwoog dat de situatie van artikel 67a, derde lid, Sv, niet van toepassing is. Hoewel er aanwijzingen zijn voor psychische problematiek bij de verdachte, is het recidivegevaar nog onduidelijk en kan niet worden vastgesteld of schorsingsvoorwaarden dit voldoende beperken. Daarom moet eerst het psychiatrisch rapport worden afgewacht. Het hof wees het beroep en het schorsingsverzoek af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

13/143310-19
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag] 1995,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 24 juni 2019, houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte mr. K. Ramdhan.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust, met toevoeging van de zogeheten 12-jaarsgrond.
Er is sprake van een verdenking van een buitengewoon ernstig feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld nu zich dit op de openbare weg heeft afgespeeld. Gelet op de ernst en aard van de verdenking – een kennelijke straatroof, voor derden waarneembaar – is het hof van oordeel dat er sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte thans een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust.
Gelet op de aard en ernst van het feit waarvoor de verdachte nu in voorlopige hechtenis zit doet de situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv, zich naar het oordeel van het hof nu niet voor.
Ten aanzien van het mondelinge verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt het hof dat er bij de verdachte kennelijk sprake is van psychische problematiek. Nu op dit moment nog niet duidelijk is hoe groot het recidivegevaar is en of dit afdoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden acht het hof schorsing van de voorlopige hechtenis niet aangewezen. Daartoe dient ten minste eerst het rapport van de psychiater te worden afgewacht.

13.143310-19

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 10 juli 2019 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. F.A. Hartsuiker en A.E. Kleene-Krom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.G.W.M. Lut als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 10 juli 2019,
de advocaat-generaal