ECLI:NL:GHAMS:2019:2534
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige hechtenis wegens seksuele uitbuiting en gevaar voor recidive
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot voorlopige hechtenis van verdachte, die wordt verdacht van betrokkenheid bij seksuele uitbuiting van meerdere aangeefsters. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde partijen, waaronder de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte.
Het hof sloot zich aan bij de motivering van de rechtbank over de geldigheid van het Europees arrestatiebevel en de rechtmatigheid van de voorlopige hechtenis, maar verwierp de grond van vluchtgevaar omdat verdachte zich vrijwillig had gemeld en niet tegen overlevering had verzet. Wel voegde het hof de zogenaamde 12-jaarsgrond toe, vanwege de ernstige verdenking van feiten waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat.
De verdenking betreft ernstige feiten die de menselijke waardigheid aantasten en maatschappelijke verontwaardiging veroorzaken. Het hof oordeelde dat vrijlating van verdachte tot maatschappelijke onrust kan leiden en dat er een reëel gevaar voor recidive bestaat, mede omdat verdachte vermoedelijk jarenlang heeft geleefd van opbrengsten uit prostitutie van een aangeefster.
Daarnaast werd het collusiegevaar gehandhaafd vanwege het risico op beïnvloeding van een aangeefster. Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het belang van maatschappelijke veiligheid zwaarder woog dan het belang van invrijheidstelling.
De beschikking tot voorlopige hechtenis werd bevestigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt bevestigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.