Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[verzoeker],
artikel 577b, tweede lid, Sv.
Gerechtshof Amsterdam
De verzoeker is bij arrest van het hof verplicht tot betaling van ruim één miljoen euro aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze betalingsverplichting is bevestigd en verminderd door de Hoge Raad. Vanwege niet-betaling is lijfsdwang opgelegd voor de duur van 1.080 dagen.
De verzoeker heeft verzocht om opheffing van de lijfsdwang, stellende dat hij vanwege zijn leeftijd en financiële situatie niet in staat is de betalingsverplichting na te komen. Het hof heeft het verzoek in het openbaar behandeld, waarbij ook de advocaat-generaal is gehoord.
Het hof overweegt dat lijfsdwang een pressiemiddel is om betaling af te dwingen en dat de verzoeker moet aantonen dat hij daadwerkelijk betalingsonmachtig is. Gezien de onherroepelijke vaststelling van het bedrag en het gebrek aan voldoende bewijs van betalingsonmacht, wijst het hof het verzoek af.
De beschikking is uitgesproken op 10 juli 2019 door het Gerechtshof Amsterdam en ondertekend door de voorzitter en griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de lijfsdwang wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.