ECLI:NL:GHAMS:2019:1967
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over comparitie en voortgang hoger beroep civiele zaak
In deze civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 11 juni 2019. Appellant was in hoger beroep gekomen tegen een of meer tussen partijen gewezen vonnissen in de onderhavige zaak. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.
Partijen dienen in persoon of vertegenwoordigd door een bevoegde persoon met kennis van de zaak en bevoegdheid tot het aangaan van een schikking te verschijnen, samen met hun advocaten, voor de raadsheer-commissaris mr. A.W.H. Vink. Tevens is bepaald dat partijen hun verhinderdagen voor de comparitie binnen een week kunnen opgeven, waarna het hof de datum zal vaststellen. Verder moet appellant binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier indienen en dienen partijen uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij een beroep willen doen aan het hof en de wederpartij te overleggen.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan en zal de datum van de comparitie na vaststelling in het roljournaal vermelden. Dit arrest is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.