ECLI:NL:GHAMS:2019:193
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijkheid Nederlands ontslagrecht bij arbeidsovereenkomst copiloot met Turkse luchtvaartmaatschappij
In deze zaak stond centraal of de Nederlandse rechter bevoegd was om te oordelen over de opzegging van een arbeidsovereenkomst tussen een in Nederland woonachtige copiloot en een Turkse luchtvaartmaatschappij, en welk recht van toepassing was op deze overeenkomst.
De arbeidsovereenkomst was schriftelijk vastgelegd en bevatte een rechts- en forumkeuzebeding dat Turks recht en de exclusieve bevoegdheid van Turkse rechtbanken bepaalde. De copiloot werkte echter gewoonlijk vanuit Nederland, met Amsterdam als thuisbasis en Schiphol als plaats van werkzaamheden.
Het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst kwalificeerde als een arbeidsovereenkomst in de zin van de Brussel I bis-Verordening en dat de Nederlandse rechter bevoegd was, omdat het forumkeuzebeding de werknemer niet de mogelijkheid gaf om de Nederlandse rechter te kiezen. Tevens werd geoordeeld dat ondanks de keuze voor Turks recht, het Nederlandse dwingende ontslagrecht van toepassing was omdat de werkzaamheden gewoonlijk in Nederland werden verricht.
De opzegging door de werkgever was gebaseerd op bedrijfseconomische omstandigheden, maar zonder toestemming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en zonder instemming van de werknemer, waardoor de opzegging niet rechtsgeldig was. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking die de opzegging vernietigde en veroordeelde de werkgever tot betaling van loon. Nadere feiten aangevoerd door de werkgever konden het oordeel niet wijzigen.
Het hoger beroep van de luchtvaartmaatschappij werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de opzegging en bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter met toepassing van Nederlands ontslagrecht.