Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 310
€ 582
€ 467
Specifieke zorgkosten: vervoer, ziekte of invaliditeit
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 vanwege specifieke zorgkosten en vorderde een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase. De rechtbank wees het beroep af en het Gerechtshof Amsterdam bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de aftrek van kosten voor voedingssupplementen en vervoerskosten. Het hof oordeelde dat de voedingssupplementen niet als farmaceutische hulpmiddelen op voorschrift van een arts kwalificeren en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vervoerskosten daadwerkelijk zijn gemaakt en zakelijk zijn vergoed. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen of feiten waren die een ander vertrouwen rechtvaardigen.
Ook de vordering tot proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van een aan het bestuursorgaan toe te rekenen onrechtmatigheid. Het hof vond geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel konden leiden en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering van hogere aftrek specifieke zorgkosten en de afwijzing van proceskostenvergoeding.