ECLI:NL:GHAMS:2019:1526

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 april 2019
Publicatiedatum
1 mei 2019
Zaaknummer
200.255.118/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 RvArt. 353 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voeging van zaken in hoger beroep inzake executiegeschil tussen ING Bank en Yin Yang c.s.

In deze zaak is ING Bank in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam in een executiegeschil met Yin Yang c.s. Tevens heeft ING Bank incidenteel gevorderd om deze zaak te voegen met een andere aanhangige zaak tussen dezelfde partijen, vanwege de verknochtheid van de procedures.

Het hof heeft overwogen dat aan de vereisten van artikel 222 lid 1 Rv Pro is voldaan, omdat de zaken inhoudelijk nauw met elkaar samenhangen. Daarom is besloten tot voeging van de zaken. De beslissing over de proceskosten in het incident is aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

Daarnaast is bepaald dat de hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 14 mei 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door Yin Yang c.s., in afwachting van het pleidooi in de andere zaak op 28 mei 2019. Alle overige beslissingen zijn aangehouden. Het arrest is op 30 april 2019 in het openbaar uitgesproken door het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De zaken zijn gevoegd en de beslissing over proceskosten is aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.255.118/01 KG
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/658896 / KG ZA 18-1351
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 april 2019 (bij vervroeging)
inzake
ING Bank N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam,
tegen

1.YIN YANG EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Roermond,
2. VOCU B.V.,
gevestigd te Roermond,
3. ROERDALHOEVE B.V.,
gevestigd te Melick,
4. STICHTING CS BEDRIJVEN,
gevestigd te Roermond,
5. CS HORECA B.V.,
gevestigd te Roermond,

6. CS SAUNA B.V.,

gevestigd te Roermond,
7. MSB B.V.,
gevestigd te Roermond,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
advocaat: mr. F.J.H.M. Berndsen te Breda.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna ING en Yin Yang c.s. genoemd.
ING is bij dagvaarding van 13 februari 2019 in hoger beroep gekomen van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis van 17 januari 2019 tussen Yin Yang c.s. als eiseressen en ING als gedaagde. In de appeldagvaarding heeft ING van grieven gediend en tevens incidenteel op de voet van artikel 222 Rv Pro jo. artikel 353 lid 1 Rv Pro gevorderd dat de onderhavige zaak wordt gevoegd met de bij dit hof onder zaaknummer 200.250.499/01 tussen ING als appellante en Yin Yang c.s. als geïntimeerden aanhangige zaak.
Yin Yang c.s. heeft daarop in het incident geantwoord en geconcludeerd tot referte, met verzoek tot aanhouding van de beslissing over de proceskosten in het incident tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.

2.Beoordeling

in het incident tot voeging
2.1
ING heeft voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. De onderhavige procedure is het hoger beroep (tegen het vonnis) in het executie-geschil inzake het vonnis van 2 november 2018 en het herstelvonnis van 23 november 2018, terwijl zaaknummer 200.250.499/01 het hoger beroep tegen deze vonnissen betreft. Yin Yang c.s. heeft zich ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
2.2
Uit hetgeen ING heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv Pro wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
2.3
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol van 14 mei 2019 worden verwezen voor memorie van antwoord door Yin Yang c.s., aangezien de zaak 200.250.499/01 op 28 mei 2019 voor pleidooi staat.

3.Beslissing

Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.250.499/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 14 mei 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door Yin Yang c.s.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.R. Sturhoofd, J.W. Hoekzema en J.C.W. Rang en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 april 2019.