Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
BESCHIKKING
[veroordeelde],
Beslissing
toeen stelt de duur van de lijfsdwang vast op
540 (vijfhonderdveertig) dagen.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 maart 2019 een beschikking gegeven op de vordering van het openbaar ministerie tot verlof voor tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Deze vordering is ingediend omdat de veroordeelde niet heeft voldaan aan een eerder opgelegde ontnemingsmaatregel van €340.311,00, die onherroepelijk is geworden op 11 juli 2017.
De advocaat-generaal heeft de vordering ingediend op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor een duur van 540 dagen. Het hof heeft vastgesteld dat volledig verhaal op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk is gebleken en dat de veroordeelde onvindbaar is, ondanks meerdere aanmaningen via het CJIB op verschillende adressen.
De veroordeelde en zijn raadsman waren niet aanwezig bij de behandeling van de vordering in raadkamer. Het hof concludeert dat de vordering toewijsbaar is en verleent het verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen. De beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op de openbare zitting van 20 maart 2019.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen wordt toegewezen wegens niet-betaling van de ontnemingsmaatregel.