ECLI:NL:GHAMS:2019:1494

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 maart 2019
Publicatiedatum
29 april 2019
Zaaknummer
001334-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c SvArt. 574 SvArt. 575 SvArt. 576 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens niet-betaling ontnemingsmaatregel

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 maart 2019 een beschikking gegeven op de vordering van het openbaar ministerie tot verlof voor tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Deze vordering is ingediend omdat de veroordeelde niet heeft voldaan aan een eerder opgelegde ontnemingsmaatregel van €340.311,00, die onherroepelijk is geworden op 11 juli 2017.

De advocaat-generaal heeft de vordering ingediend op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor een duur van 540 dagen. Het hof heeft vastgesteld dat volledig verhaal op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk is gebleken en dat de veroordeelde onvindbaar is, ondanks meerdere aanmaningen via het CJIB op verschillende adressen.

De veroordeelde en zijn raadsman waren niet aanwezig bij de behandeling van de vordering in raadkamer. Het hof concludeert dat de vordering toewijsbaar is en verleent het verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen. De beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op de openbare zitting van 20 maart 2019.

Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen wordt toegewezen wegens niet-betaling van de ontnemingsmaatregel.

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-003058-12
Rekestnummer: 001334-18
Datum uitspraak: 20 maart 2019

BESCHIKKING

gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 19 november 2018, op grond van
artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1966,
zonder vaste woon of verblijfplaats.
Procesgang
Dit gerechtshof heeft bij arrest van 23 mei 2016 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 340.311,00.
Deze ontnemingsmaatregel is op 11 juli 2017 onherroepelijk geworden.
De advocaat-generaal heeft op 19 november 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv voor de duur van 540 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege het niet-betalen van voormeld bedrag.
Het verzoek is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld.
Daarbij is gehoord de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor.
De veroordeelde en zijn (voormalig) raadsman zijn niet verschenen.
Beoordeling van de vordering ex artikel 577c Sv.
Indien de veroordeelde niet aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voldoet en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechter op vordering van het openbaar ministerie verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang van ten hoogste drie jaar verlenen.
De advocaat-generaal heeft in raadkamer geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 540 dagen, een en ander zoals verwoord in de schriftelijke vordering.
Op basis van het onderzoek in raadkamer stelt het hof vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 Sv op diens vermogen niet mogelijk is gebleken. Uit de schriftelijke vordering volgt dat de veroordeelde onvindbaar is. De veroordeelde is meerdere keren door het CJIB aangeschreven op zowel het adres in Roemenië waarop hij stond ingeschreven, als op het adres dat vermeld staat op het ontnemingsarrest.
Dit heeft niet geleid tot afbetaling van de ontnemingsmaatregel.
Derhalve is de vordering tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor toewijzing vatbaar.
Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang van 540 dagen.

Beslissing

Het hof:
Wijstde vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang
toeen stelt de duur van de lijfsdwang vast op
540 (vijfhonderdveertig) dagen.
Deze beschikking gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam,
waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting
van dit gerechtshof van 20 maart 2019.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.