ECLI:NL:GHAMS:2019:1491

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 maart 2019
Publicatiedatum
29 april 2019
Zaaknummer
000041-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens onvindbaarheid veroordeelde

Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 20 maart 2019 een vordering van het openbaar ministerie tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die onvindbaar was. De vordering was gebaseerd op het feit dat de veroordeelde nog een openstaand bedrag van €7.104,71 moest betalen in het kader van een ontnemingsmaatregel die in 2003 was opgelegd en in 2004 onherroepelijk werd.

Tijdens de zitting op 6 maart 2019 verscheen de veroordeelde, die verklaarde de komende periode te verblijven bij Exodus Nederland te Amsterdam. De advocaat-generaal had verzocht om aanhouding van de zaak zodat de veroordeelde contact kon opnemen met het CJIB, maar het hof vond dit niet noodzakelijk.

Het hof oordeelde dat de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang moest worden afgewezen omdat de veroordeelde niet langer onvindbaar was en er geen reden was om lijfsdwang toe te passen. Het hof wees erop dat indien de veroordeelde alsnog niet aan haar verplichtingen voldoet, het openbaar ministerie opnieuw een vordering kan indienen.

De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam met drie rechters en griffier aanwezig.

Uitkomst: De vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang is afgewezen omdat de veroordeelde ter zitting verscheen en een verblijfplaats heeft.

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001433-01
rekestnummer: 000041-19
datum uitspraak: 20 maart 2019

BESCHIKKING

gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 28 november 2018, op grond van
artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) [geboortedag] 1966,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Procesgang
Dit gerechtshof heeft bij arrest van 17 maart 2003 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 13.919,71.
Deze ontnemingsmaatregel is op 11 februari 2004 onherroepelijk geworden.
De advocaat-generaal heeft op 29 november 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang'
ex artikel 577c Sv voor de duur van 60 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege - kort samengevat - de omstandigheid dat de veroordeelde onvindbaar is en er nog een te betalen bedrag openstaat van
€ 7.104,71.
Het verzoek is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld. Daarbij zijn gehoord de veroordeelde, haar advocaat, mr. Aalmoes, en de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de zaak zal worden aangehouden zodat de veroordeelde
weer in contact kan treden met het CJIB.
Beoordeling van de vordering ex artikel 577c lid 1 Sv.
Op grond van de behandeling van de vordering in raadkamer op 6 maart 2019 is het hof van oordeel
dat de vordering tot lijfsdwang dient te worden afgewezen.
De vordering was gedaan omdat de veroordeelde door haar feitelijke vertrek onvindbaar was. Nu de veroordeelde ter zitting is verschenen en duidelijk is geworden dat zij – in het kader van een andere procedure – de komende periode zal verblijven bij Exodus Nederland te [plaats], bestaat geen aanleiding tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang.
Het hof is bovendien van oordeel dat aanhouding van de behandeling, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, niet op haar plaats is. Indien de veroordeelde alsnog niet aan haar verplichtingen voldoet,
staat het de advocaat-generaal vrij opnieuw een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' in te dienen.

Beslissing

Het hof:
Wijstde vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang
af.
Deze beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam,
waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam,
in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting
van dit gerechtshof van 20 maart 2019.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.