Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
BESCHIKKING
[veroordeelde],
Beslissing
af.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 20 maart 2019 een vordering van het openbaar ministerie tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die onvindbaar was. De vordering was gebaseerd op het feit dat de veroordeelde nog een openstaand bedrag van €7.104,71 moest betalen in het kader van een ontnemingsmaatregel die in 2003 was opgelegd en in 2004 onherroepelijk werd.
Tijdens de zitting op 6 maart 2019 verscheen de veroordeelde, die verklaarde de komende periode te verblijven bij Exodus Nederland te Amsterdam. De advocaat-generaal had verzocht om aanhouding van de zaak zodat de veroordeelde contact kon opnemen met het CJIB, maar het hof vond dit niet noodzakelijk.
Het hof oordeelde dat de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang moest worden afgewezen omdat de veroordeelde niet langer onvindbaar was en er geen reden was om lijfsdwang toe te passen. Het hof wees erop dat indien de veroordeelde alsnog niet aan haar verplichtingen voldoet, het openbaar ministerie opnieuw een vordering kan indienen.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam met drie rechters en griffier aanwezig.
Uitkomst: De vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang is afgewezen omdat de veroordeelde ter zitting verscheen en een verblijfplaats heeft.