ECLI:NL:GHAMS:2019:1489

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2019
Publicatiedatum
29 april 2019
Zaaknummer
001264-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577b Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot kwijtschelding of vermindering betalingsverplichting ontnemingsmaatregel

Verzoeker is bij arrest van het hof van 22 september 2006 verplicht tot betaling van €111.900 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij beschikking van 21 februari 2017 werd de resterende betalingsverplichting vastgesteld op €25.000. Op 25 september 2018 verzocht verzoeker op grond van artikel 577b, tweede lid, Sv om kwijtschelding of vermindering van het resterende bedrag van €23.555.

Tijdens de openbare raadkamerzitting van 6 maart 2019 werd het verzoek behandeld, waarbij verzoeker en de advocaat-generaal werden gehoord. De advocaat-generaal adviseerde tot afwijzing. Verzoeker stelde dat hij geen draagkracht heeft vanwege een laag inkomen, medische problemen en zijn leeftijd van 66 jaar, maar leverde geen bewijsstukken aan ter onderbouwing.

Het CJIB gaf aan geen bezwaar te hebben tegen een reductie. Het hof overwoog dat artikel 577b, tweede lid, Sv de mogelijkheid biedt tot vermindering of kwijtschelding indien de veroordeelde aannemelijk maakt niet te kunnen voldoen aan de betalingsverplichting. Verzoeker gaf echter geen inzicht in zijn financiële situatie en weigerde inzage te geven. Daarom zijn geen gronden aanwezig om de betalingsverplichting te matigen of kwijt te schelden. Het verzoek is afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004939-05
rekestnummer: 001264-18
datum uitspraak: 6 maart 2019

BESCHIKKING

gegeven op het verzoekschrift op grond van artikel 577b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend door de veroordeelde:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1952,
adres: [adres]
hierna te noemen: verzoeker.
Procesgang
Aan verzoeker is bij arrest van dit hof van 22 september 2006 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 111.900,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Bij beschikking van 21 februari 2017 heeft het hof op een eerder verzoek van verzoeker
de resterende betalingsverplichting vastgesteld op € 25.000,00.
Namens verzoeker is bij een op 25 september 2018 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen verzoekschrift op grond van artikel 577b, lid 2 Sv verzocht thans nog het resterende ingevolge de ontnemingsmaatregel te betalen bedrag van € 23.555,00 kwijt te schelden dan wel te matigen.
Het verzoekschrift is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld.
Daarbij zijn gehoord verzoeker en de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Beoordeling van het verzoek
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij geen draagkracht heeft om te voldoen aan de betalingsverplichting. Zijn inkomen ligt ver onder het minimum inkomen. Hij heeft medische problemen en is 66 jaar. Hij heeft geen stukken overgelegd die zijn verzoek onderbouwen.
Het CJIB heeft in een reactie op het verminderingsverzoek op 17 december 2018 kenbaar gemaakt dat het CJIB zich niet verzet tegen een reductie van de betalingsplicht van verzoeker.
Artikel 577b, tweede lid Sv biedt de rechter de mogelijkheid tot vermindering of kwijtschelding van het ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgestelde bedrag. Verzoeker dient dan aannemelijk te maken dat hij niet (meer) in staat is de aan hem opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat te voldoen en ook in de toekomst daaraan niet zal kunnen voldoen.
Naar het oordeel van het hof heeft verzoeker geen enkel inzicht gegeven in zijn huidige en toekomstige financiële situatie. Verzoeker heeft daarentegen ter zitting aangegeven dat hij het vervelend vindt om inzage in zijn financiële situatie te geven.
Op basis van het voorgaande zijn geen termen aanwezig de (resterende) betalingsverplichting van verzoeker verder te matigen dan wel kwijt te schelden. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

Het hof:
Wijsthet verzoek van verzoeker tot vermindering c.q. kwijtschelding van de aan verzoeker opgelegde betalingsverplichting
af.
Deze beschikking is gewezen door mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 maart 2019.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.