ECLI:NL:GHAMS:2019:1407

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2019
Publicatiedatum
24 april 2019
Zaaknummer
23-000309-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verduistering persoonlijke dienstbetrekking wegens ontbreken opzet

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van verduistering. De verdachte werd ervan verdacht mobiele telefoons, een Windows mini pc en andere elektronische goederen, die toebehoorden aan zijn werkgever, wederrechtelijk te hebben toegeëigend in de periode van december 2007 tot februari 2015.

De advocaat-generaal had een taakstraf geëist, maar het hof oordeelde dat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte opzet, ook niet voorwaardelijk, had op de wederrechtelijke toe-eigening. Het enkel niet onderzoeken van toepasselijke regelgeving is onvoldoende om opzet aan te nemen. Bovendien handelde de verdachte volgens bedrijfsregels die destijds gebruikelijk waren en waarvan de general manager aangaf dat deze in de toekomst zouden worden aangepast.

Ook was niet komen vast te staan dat de verdachte wist dat de Windows mini pc korter dan drie maanden voor het meenemen was aangetroffen. Voor de overige goederen ontbraken voldoende gegevens om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 april 2019, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en opnieuw recht werd gedaan door vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verduistering wegens ontbreken van bewijs voor (voorwaardelijk) opzet.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000309-18
datum uitspraak: 23 april 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-870690-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Brazilië) op [geboortedag] 1953,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
van 9 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het
Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 05 december 2007 tot en met 06 februari 2015 te Schiphol en/of Nieuw Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk mobiele telefoon(s) en/of Ipod(s) en/of tablet(s) en/of een fotocamera en/of een computer, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep, althans anders dan door misdrijf, te weten als stationmanager van [bedrijf], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden
veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.
De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit.
Het hof is van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid
kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, had op de wederrechtelijkheid toe-eigening van de Windows mini pc, dit omdat het (voorwaardelijk) opzet
in de onderhavige zaak niet louter kan worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat de
verdachte geen onderzoek heeft gedaan naar toepasselijke regelgeving. De verdachte handelde
volgens regels die al jarenlang gebruikelijk waren binnen het bedrijf en die - naar de general
manager heeft laten weten - in de toekomst zullen worden aangepast. Evenmin is komen vast
te staan dat de verdachte wist dat de Windows mini pc korter dan drie maanden voordat hij
deze meenam naar huis, was aangetroffen. Voor de overige goederen die in de tenlastelegging
staan vermeld geldt dat daarvoor eveneens onvoldoende gegevens in het dossier aanwezig zijn
om tot een bewezenverklaring te komen.
Het hof acht daarom niet bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering.
De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. S. Clement, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid
van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof
van 23 april 2019.
Mr. A.M.P. Geelhoed is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]