ECLI:NL:GHAMS:2019:1407
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verduistering persoonlijke dienstbetrekking wegens ontbreken opzet
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van verduistering. De verdachte werd ervan verdacht mobiele telefoons, een Windows mini pc en andere elektronische goederen, die toebehoorden aan zijn werkgever, wederrechtelijk te hebben toegeëigend in de periode van december 2007 tot februari 2015.
De advocaat-generaal had een taakstraf geëist, maar het hof oordeelde dat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat de verdachte opzet, ook niet voorwaardelijk, had op de wederrechtelijke toe-eigening. Het enkel niet onderzoeken van toepasselijke regelgeving is onvoldoende om opzet aan te nemen. Bovendien handelde de verdachte volgens bedrijfsregels die destijds gebruikelijk waren en waarvan de general manager aangaf dat deze in de toekomst zouden worden aangepast.
Ook was niet komen vast te staan dat de verdachte wist dat de Windows mini pc korter dan drie maanden voor het meenemen was aangetroffen. Voor de overige goederen ontbraken voldoende gegevens om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 april 2019, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en opnieuw recht werd gedaan door vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verduistering wegens ontbreken van bewijs voor (voorwaardelijk) opzet.