ECLI:NL:GHAMS:2019:1160

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 april 2019
Publicatiedatum
8 april 2019
Zaaknummer
23-002766-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 321 SrArt. 14a SvArt. 14b SvArt. 14c Sv
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal kentekenplaten en brandstof met taakstraf opgelegd

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland vernietigd en opnieuw recht gedaan. De verdachte werd bewezen verklaard diefstal te hebben gepleegd van een Audi A3 cabriolet en meerdere keren brandstof bij tankstations in Medemblik. De feiten dateren van mei tot oktober 2016.

Het hof achtte de verdachte strafbaar voor verduistering van de auto en diefstal van in totaal ruim 110 liter benzine. De verdachte heeft geen nieuwe strafbare feiten gepleegd sinds de feiten en kampt met lichamelijke en psychische klachten, zoals blijkt uit een reclasseringsrapport. Ook zijn positieve ontwikkelingen, zoals woonruimte en schuldsanering, werden meegewogen.

Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte legde het hof een taakstraf van 50 uur op, waarvan 25 uur voorwaardelijk. Een gevangenisstraf of geldboete achtte het hof niet passend. Het vonnis werd uitgesproken op 3 april 2019 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur, waarvan 25 uur voorwaardelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002766-17
datum uitspraak: 3 april 2019
TEGENSPRAAK (bepaaldelijk gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het
vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-268706-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 maart 2019.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1:
hij op of omstreeks 3 oktober 2016 te Heerhugowaard opzettelijk een Audi A3 cabriolet , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als aspirant koper en/of als proefrit rijder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2:
hij op of omstreeks 10 oktober 2016 te Medemblik met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 55,83 liter 95+ ongelode benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
3:
hij op of omstreeks 17 mei 2016 te Medemblik met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 54,25 liter 95+ ongelode benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1:
hij op 3 oktober 2016 te Heerhugowaard opzettelijk een Audi A3 cabriolet, toebehorende
aan [bedrijf], en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als proefritrijder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
2:
hij op 10 oktober 2016 te Medemblik met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 55,83 liter 95+ ongelode benzine, toebehorende aan [slachtoffer];
3:
hij op 17 mei 2016 te Medemblik met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 54,25 liter 95+ ongelode benzine, toebehorende aan [slachtoffer].
Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
verduistering.
Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:
diefstal.
Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van kentekenplaten en meerdere keren aan diefstal van brandstof. De verdachte heeft blijk gegeven geen respect te hebben gehad voor het eigendomsrecht van de gedupeerde tankstations. Diefstal is een ergerlijk feit waarbij, naast eventuele schade, in de regel veel hinder en overlast wordt veroorzaakt.
In het rapport van de reclassering van 12 oktober 2018 staat dat de verdachte lijdt aan zowel lichamelijke als psychische klachten. De verdachte overziet - aldus het rapport - onvoldoende de consequenties van zijn handelen en kan zijn problemen niet goed zelfstandig oplossen. Positief te vermelden is dat de verdachte tijdelijke woonruimte heeft en meewerkt aan een schuldsaneringstraject. Ook wordt de verdachte gesteund door zijn zus. De reclassering benadrukt het belang van het vergroten van het sociale netwerk van de verdachte en het hebben van perspectief in zijn leven.
In het voordeel van de verdachte weegt het hof mee dat de verdachte na het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde geen nieuwe strafbare feiten meer heeft gepleegd.
Vanwege de ontbrekende financiële draagkracht van de verdachte acht het hof het niet opportuun een geldboete op te leggen. Gelet op de psychische en lichamelijke klachten van de verdachte en de positieve ontwikkelingen in zijn leven, acht het hof een gevangenisstraf evenmin opportuun. Voorts acht het hof het - mede gelet op de ter terechtzitting door de raadsman van de verdachte voorgehouden persoonlijke omstandigheden van de verdachte - niet passend en geboden een geheel onvoorwaardelijke taakstraf
op te leggen. Die omstandigheden brengen echter niet mee dat voor het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf geen plaats is, temeer niet nu blijkens het rapport de reclassering zorg
zal kunnen dragen voor een passende taakstraf die voor de verdachte uitvoerbaar is.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, waarvan 25 uren voorwaardelijk, te vervangen door 12 dagen hechtenis, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 310 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
25 (vijfentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
12 (twaalf) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. S. Clement, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid
van mr. R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 april 2019.
mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]