Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
primairvoor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen partijen dient te worden gekwalificeerd als een onbenoemde overeenkomst om niet alsmede [geïntimeerden] – op straffe van verbeurte van een dwangsom – te gebieden de woning te ontruimen en te verlaten, en s
ubsidiairvoor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen partijen dient te worden gekwalificeerd als overeenkomst van bruikleen (artikel 7A:1777 BW) alsmede [geïntimeerden] – op straffe van verbeurte van een dwangsom – te gebieden de woning te ontruimen en te verlaten, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten, inclusief nakosten. Zij heeft daartoe gesteld, kort gezegd, dat zij [geïntimeerden] belangeloos en zonder tegenprestatie tijdelijk onderdak heeft aangeboden in de woning. [geïntimeerden] hebben de verwachting gewekt dat zij zo spoedig mogelijk uit de woning zouden vertrekken. Tot op heden hebben [geïntimeerden] echter geen enkele poging ondernomen om andere woonruimte te vinden. [appellante] en haar dochter deelden aanvankelijk de woning met [geïntimeerden] , maar logeren sedert een escalatie van de spanningen tussen partijen elders. Tussen partijen is met betrekking tot de woning sprake van een mondelinge onbenoemde overeenkomst om niet, althans van een mondelinge overeenkomst van bruiklening ex artikel 7A:1777 BW. [appellante] heeft een gedeelte van haar woning tijdelijk aan [geïntimeerden] in gebruik gegeven. Op grond van artikel 6:248 BW Pro en de daarop gebaseerde jurisprudentie kan de overeenkomst worden beëindigd, zodat [appellante] op korte termijn weer over de woning kan beschikken. Zij heeft een spoedeisend belang bij ontruiming van de woning, aldus (nog steeds) [appellante] . [geïntimeerden] hebben tegen deze vordering verweer gevoerd.
in hoge matewaarschijnlijk is dat de bodemrechter, zo het geschil aan hem wordt voorgelegd, tot toewijzing van die vordering zal komen. Naar het oordeel van het hof doet een dergelijk geval zich hier niet voor. Daartoe is het volgende redengevend.
grief 1 tot en met grief 6falen en dat
grief 7, die afhankelijk is van het welslagen van de daaraan voorafgaande grieven, hetzelfde lot treft.