ECLI:NL:GHAMS:2018:793
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis
De verdachte stelde meerdere keren beroep in tegen beslissingen van de rechtbank Amsterdam omtrent de voorlopige hechtenis. Op 27 december 2017 werd het hoger beroep ambtshalve inhoudelijk beoordeeld nadat de raadsvrouw van de verdachte niet was verschenen en geen intrekking was ontvangen. Het hof verklaarde het beroep toen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van enig belang.
Op 22 februari 2018 stelde de raadsvrouw opnieuw beroep in tegen een afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 87, tweede lid, Sv slechts eenmaal beroep mogelijk is tegen een afwijzende beslissing op een dergelijk verzoek.
Ondanks het standpunt van de raadsvrouw dat zij geen gelegenheid had gehad om haar standpunt toe te lichten, concludeerde het hof dat voldoende pogingen waren gedaan om contact te leggen en dat de verdediging de gelegenheid had gehad om te verschijnen. Daarom werd het beroep opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.