ECLI:NL:GHAMS:2018:691
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.T. van der Meer
- R.J.F. Thiessen
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen herroeping vonnis inzake overplaatsing cliënt wooncentrum
In deze civiele zaak vordert appellant, tevens curator van zijn verstandelijk gehandicapte zoon, de herroeping van een vonnis uit 2010 waarin zijn vorderingen tegen Stichting Ons Tweede Thuis werden afgewezen. De vordering tot herroeping is gebaseerd op een vermeende onjuiste datum van een brief over de overplaatsing van zijn zoon naar een ander wooncentrum.
De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat hij de herroepingstermijn van drie maanden na bekendwording van de werkelijke datum van de brief had overschreden en onvoldoende onderbouwing gaf voor het niet eerder aan de orde stellen van deze stelling. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 388 lid 2 Rv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad de beslissing over heropening van het geding niet vatbaar is voor hoger beroep. Dit geldt ook voor de afwijzing van de vordering tot herroeping. Het hof verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep.
De zaak betreft een geschil over de zorg en woonplaats van een verstandelijk gehandicapte cliënt en de juridische mogelijkheden tot herroeping van een definitief vonnis. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen en de uitsluiting van hoger beroep tegen beslissingen over heropening van het geding.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep.